De zilveren citadel

Het was mijn moeder – mijn prilste Lezende Voorbeeld – die mij op een dag De jongen die te veel wist (1988, Facet) van Anthony Horowitz cadeau deed, het derde deel van de dolkomische misdaadreeks over het duo Diamant. Jammer genoeg is dat het enige boek van Horowitz dat ik in eigen bezit heb – ik was jong met weinig zakgeld en boeken haalde ik in de bib (*). Dat Diamant-boek was, zo tussen mijn elfde en mijn veertiende, het begin van een langdurige verslaving aan Horowitz’ jeugdromans.

Die waren zo helemaal anders dan alles wat ik daarvoor had gelezen. Misschien was ik één van die jonge lezers die uitgekeken waren op “het geëngageerde, strijdbare, maatschappijkritische boek dat beladen met problemen niet altijd voldoende aandacht had voor het doodgewone ‘leesplezier’”, aldus Karel Verleyen in Het Volk. In elk geval, ruimte voor contemplatie of traag genieten was er niet bij: deze boeken vlogen in volle vaart vooruit, met flink wat actie en een cliffhanger aan het eind van elk hoofdstuk, met waanzinnige gebeurtenissen en personages die te gek waren om los te lopen. En veel tongue in cheek-humor. Sociologisch of politiek relevant waren ze niet, de boeken, moraliserend ook niet, godzijdank. Maar verslavend wel, en hoe!

dezilverencitadelHet was zijn Pentagram-cyclus die me echt overstag deed gaan. Dat moesten “vijf griezelboeken rond vijf paranormaal begaafde kinderen uit de vijf continenten” worden (Lexicon Jeugdliteratuur). Er verschenen er uiteindelijk vier, allemaal bij Facet: Kernenergie voor de duivel (1986), De nacht van de schorpioen (1989), De zilveren citadel (1989) en De dag van de draak (1991). Een vijfde deel kwam er niet. (**) Die vijf kinderen – Martin in Pentagram 1, Pedro in Pentagram 2, de telepathische tweeling Jeremy en Nicholas in Pentagram 3 en tot slot Will in Pentagram 4 – worden zich bewust van de bijzondere krachten die ze hebben. Met zijn Vijven kunnen ze de wereld van de satanische Ouden redden.
Dat derde deel was mij het dierbaarst en dat had met mijn fascinatie voor tweelingen te maken. Ik was zelf graag deel van een tweeling geweest – te veel boeken over tweelingen gelezen wellicht – en anders wilde ik er graag eentje baren later en ja, ze zouden Jeremy en Nicholas heten net als in De zilveren citadel.

Net als in Horowitz’ overige boeken zwaaien in de Pentagram-reeks vijf kinderen de plak. Ouders hebben ze niet (meer). Dat is nodig om de jonge helden boven zichzelf te laten uitstijgen, zo vermeldt Horowitz in meerdere interviews. Zelf groeide hij op in een overbeschermd milieu waarin kindermeisjes en bedienden voortdurend voor hem klaarstonden. Zo kweek je geen zichzelf beredderende kinderen, iets wat de hoofdpersonages in zijn boeken net wel heel goed kunnen. “De hoofdfiguren in mijn boek kunnen zich redden of een zaak oplossen, precies omdat ze op zichzelf zijn aangewezen”, zegt auteur daarover in een interview met Bart Beckers.

De volwassenen in zijn boeken zijn zelden van goede wil en zijn meestal handlangers van het kwaad. Opvallend is dat die handlangers er zonder uitzondering ook karikaturaal slecht uitzien, zoals meneer Banes in De zilveren citadel: “Zijn huid had de kleur van graniet, met daarop een als een scherp litteken een schim van een snorretje, dat meer weg had van een rijtje brandplekken op zijn bovenlip.” (p.12) Dat heeft Horowitz van zijn grote voorbeeld Charles Dickens geleerd, zo vertelt hij aan Bea de Koster in De Morgen:

Dickens heeft van die prachtige, groteske figuren, die toch een zekere waarheid belichamen. Dat probeer ik ook te doen. Het is een soort binnenweg naar het kwaad. Als je geen zes bladzijden wil doen over het beschrijven van een personage en zijn erfenis van ellende en miserie, is het makkelijker en wellicht ook zuiverder om hem als monster ten tonele te voeren. Dat is dus een techniek, mijn techniek.”

Niet dat het karakter van de ‘goeien’ zoveel psychologischer wordt uitgespit, zo merkt Els van Steenberge merkt in Leesidee Jeugdliteratuur terecht op. Aan liefde of vriendschap doen de hoofdpersonages niet – tijdverlies! – en aan uitgebreide beschrijvingen van hun angst- of haatgevoelens heeft Horowitz ook een broertje dood. Dat verklaart Horowitz in een interview met Marita de Steck dan weer als een invloed van zijn held Hergé, de geestelijke vader van Kuifje:

Hergé tekende de decors doorgaans nauwkeuriger dan zijn personages. Ook mijn decors zijn meer realistisch dan mijn personages. Plaatsen zijn belangrijker dan personages en de plot is belangrijker dan de decors én de personages samen. Ik probeer mijn centrale figuren zo ongedefinieerd mogelijk te houden.”

Bij herlezen van De zilveren citadel valt inderdaad op dat Horowitz een kei is in decorbeschrijvingen die bovendien iets over de plot verklappen. Zo wordt de citadel – het gebouw waarin een drugsorganisatie is gevestigd, zo zal later in het boek blijken – op pagina 55 beschreven als een reusachtige injectienaald:

En de resterende vijfenzeventig verdiepingen, die iets breder in doorsnee waren dan de basis, verhieven zich loodrecht hemelwaarts om zich pas op het allerhoogste puntje toe te spitsen in een blikkerende stalen mast, als een naald die de hemel prikte.”

Dat Horowitz beelden creëerde met woorden moet voor mijn elfjarige zelve voldoende compensatie geweest zijn voor de weinig uitgewerkte karakters. Bij herlezen, nu 23 jaar later, ontgoochelde mij dat. Al viel mij nu, als volwassene, dan weer veel meer de geniale, onderkoelde humor op:

Ze stond in de keuken iets te bakken, dat leek op geplette pannenkoekjes. ‘Tofu’, legde ze uit. ‘Daar zit minder cholesterol in dan in eieren. En verder heb ik zoutloze volkorentoast, magere melk en cafeïnevrije koffie.’ Ze draaide het gas laag. ‘Ik zorg nu eenmaal graag goed voor mezelf,’ zei ze.” (p. 37)

De Pentagram-cyclus werd opnieuw uitgegeven als De kracht van Vijf-reeks (**). Nu ja, heruitgegeven is te bescheiden uitgedrukt. De boeken houden de originele verhaallijnen aan, maar zowat 80% van de tekst werd volledig herschreven. De zilveren citadel heet nu Nightrise: wie is er morgen nog in leven? (Facet, 2007), Jeremy en Nicholas heten nu Jamie en Scott. Helemaal zoals het hoort ligt mijn nostalgische hart bij de oorspronkelijke versie. Maar tegelijkertijd ben ik blij dat de elfjarigen van nu hun hart kunnen ophalen aan een modernere versie.

(Fieke van der Gucht)

(*) Happy ending! In 2009 werd De jongen die te veel wist het enige gesigneerde boek uit mijn boekenkast. Ik heb een bloedhekel aan handtekeningen schooien. Maar op 25 maart 2009, toen Anthony Horowitz op de dag van de Literatuureducatie kwam spreken, durfde ik het tóch. ‘For Fieke, eighteen years later’ staat er nu te lezen.

horowitz

 

(**) Happing ending bis! Op 22 februari 2012 twitterde Horowitz: “448 pages. 58 chapters. 202,897 words. That really is it. Oblivion is done.” Het lang aangekondigde vijfde deel uit de Pentagram-cyclus / De Kracht van Vijf-reeks komt er dus toch!

Meer lezen?
Documentatiemap Anthony Horowitz
“Anthony Horowitz: de frisse wind” / Karel Verleyen. In: Het Volk, 5 mei 1988
“De binnenwegen van Anthony Horowitz” / Bea de Koster. In: De Morgen, 24 november 1989
“Ik schrijf om me te amuseren” / Bart Beckers. In: Joepie (bijlage Boekenbeurs), 1990
“Ontsnapping aan een saaie leven: een interview met Anthony Horowitz” / Marita de Sterck. In: Leesgoed 2, 1992, p.67-70.
“Op verkenning in een omgekeerde wereld” / Els van Steenberge. In: Leesidee Jeugdliteratuur 5, 2002, p.202-204
“Authorgraph No. 155 : Anthony Horowitz” / interviewed by Nicholas Tucker. In: Books for keeps : the children’s book magazine (2005), afl. 155 (November), p. 12-13
“Anthony Horowitz” / Jet Marchau en Rita Ghesquiere. In: Lexicon van de jeugdliteratuur, juni 2007, p. 1-9
[Dit, en meer, is te vinden in de bibliotheek van Stichting Lezen.]

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>