Stereotypen in kinderboeken – Vera Haket

In 2015 deed ik onderzoek naar rolpatronen in Nederlandstalige kinderboeken die in het voorgaande jaar het meest verkocht en meest geleend waren, of die een prijs hadden gewonnen. Voor het grootste deel waren dit boeken die recent waren gepubliceerd. Uit het onderzoek kwam naar voren dat de rolpatronen in veel kinderboeken nog behoorlijk stereotiep zijn.

Moeders en vaders

Moeders zorgen in kinderboeken voor man, kinderen en het huishouden, vaders werken buitenshuis, doen in het weekend leuke dingen (met de kinderen) en hebben hobby’s. Mannen die het huishouden doen zijn zeldzaam, net als vrouwen met een baan buitenshuis.

Vaak wordt er op een subtiele, impliciete manier duidelijk wat de normen en verwachtingen zijn. Er wordt bijvoorbeeld nergens gezegd dat vaders niets in het huishouden mogen doen, of dat dit een taak voor de moeder is. Maar in de boeken zie je geen illustraties van vaders die de was doen, en wel van moeders. Er wordt niet gezegd dat moeders niet mogen werken, en dat dit een taak van de vader is. Maar in de boeken wordt niet genoemd dat moeders aan het werk zijn, en wel dat vaders dat doen.

Meisjes en jongens

In de rollen van meisjes en jongens is de afgelopen jaren wel iets veranderd, vooral bij boeken voor kinderen onder de tien jaar. Daar zie je nu, in tegenstelling tot de jaren zeventig van de vorige eeuw, veel stoere en ondernemende meisjes, en bange en onzekere jongens. Kinderen, met name de hoofdpersonen, worden in veel boeken niet meer als ‘stereotiep meisje’ of ‘stereotiepe jongen’ voorgesteld. Tegelijkertijd is het merendeel van de hoofdpersonen in boeken voor kinderen onder de tien nog steeds mannelijk, hebben jongens vaker een zelfstandige hoofdrol en meisjes vaker een gedeelde hoofdrol, en zijn volwassen vrouwelijke hoofdpersonen in kinderboeken vrijwel onvindbaar, in tegenstelling tot volwassen mannelijke hoofdpersonen.

In boeken voor kinderen boven de tien is de situatie anders. Daar zie je steeds meer boeken die speciaal gericht zijn op meisjes, óf op jongens. Soms staat het op de kaft geschreven, ‘kleurboek voor jongens’, met draken, zwaarden en haaien of ‘kleurboek voor meisjes’, met bloemen, vogels en sieraden. Of er komt, na een boek dat vooral populair is onder jongens, zoals Leven van een loser, een ‘meisjesvariant’, zoals Dagboek van een muts. Gedragsalternatieven van meisjes en jongens lijken in deze boeken weer te worden beperkt. Meisjes houden zich in de boeken vooral bezig met hun uiterlijk, vriendschap, populair zijn en verliefdheid, terwijl jongens bezig zijn met sport, hobby’s, vriendschap, en soms ook een beetje met verliefdheid.

Relevantie

Goed, er zijn dus nog veel stereotypen in kinderboeken, net als in andere media. Maar wat maakt het uit? Kinderen willen gewoon een leuk verhaal lezen, en ze letten daarbij toch helemaal niet op dingen als stereotypen en rolpatronen?

Nee, daar letten de meeste kinderen inderdaad niet op. Maar dat betekent niet dat ze het niet signaleren. En, voor een deel, internaliseren. Het gaat deel uitmaken van hun beeld over hoe de wereld in elkaar zit. Ze denken er meestal niet bewust over na, maar vinden het vanzelfsprekend dat de beelden die ze steeds zien, weergeven hoe het hoort. Dat beïnvloedt ook de keuzes die ze zelf maken en de onderwerpen waar ze interesse in tonen of juist niet. En dat gaat best ver. Uit onderzoek blijkt dat genderstereotypen invloed hebben op allerlei keuzes die kinderen (en volwassenen) maken, zoals de muziekinstrumenten die ze bespelen, de boeken die ze voor zichzelf en anderen selecteren en het speelgoed dat ze uitkiezen. Beeldvorming die steeds terugkomt, beïnvloedt niet alleen het beeld dat mensen van anderen hebben, maar ook het beeld dat ze van zichzelf hebben, en de verwachtingen waaraan ze willen voldoen.

Meer diversiteit gewenst

Na het onderzoek sprak ik over de resultaten met anderen. Ik bleek niet de enige te zijn die kinderboeken vaak ‘omgekeerd’ voorlas, zodat een vrouw eens iets slims zei, een man eens getroost moest worden of een meisje eens dapper was. We begonnen ons steeds meer af te vragen waarom die ‘andere’ boeken er niet gewoon waren. En we besloten om een stichting op te richten, ‘Zo-ook’, die streeft naar meer diversiteit in kinderboeken. Niet alleen op het gebied van gender, maar ook bijvoorbeeld op het gebied van etniciteit, gezinsvormen, sociale achtergrond. Want ook op die vlakken is er op dit moment bijzonder weinig diversiteit in kinderboeken.

Wat willen wij met deze stichting? Wat zou volgens ons de ideale situatie zijn? En wat willen we niet? Om met het laatste te beginnen: we willen geen sturende invloed uitoefenen op de keuzes die kinderen later maken met betrekking tot studie, zorg en huishouden. Maar we willen wel laten zien dat er veel meer mogelijk is dan ze nu vaak voorgeschoteld krijgen. We hopen dat ze, door andere voorbeelden te zien, het idee krijgen dat het niet vanzelfsprekend is dat vrouwen verantwoordelijk zijn voor het huishouden en mannen voor het inkomen. Dat jongens het leuk mogen vinden om met hun uiterlijk bezig te zijn, en dat het prima is als meisjes elke ochtend het eerste kledingstuk dat ze tegenkomen uit de kast trekken. Dat meisjes gefascineerd mogen zijn door programmeren, biologie of een sport, en dat ook mogen laten merken. Dat jongens lief mogen zijn en een baan als verpleegkundige of onderwijzer als een serieuze optie zien. Dat gezinnen niet altijd bestaan uit een moeder, vader en kinderen. Dat, en nog veel meer. We hopen dat kinderen zich vrij gaan voelen om dingen uit te proberen en om hun interesses te volgen, zonder zich daarbij te laten beperken door gendernormen.

Vera Haket is een van de oprichters van stichting Zo-ook. Ze werkt daarnaast als zelfstandig schrijfster en onderzoekster.

 

Stop kinderen niet in een hokje – Sofie De Graeve

Tijdens de cadeautjesjacht in de kerstperiode stapte ik samen met mijn dochter een boekhandel binnen. Terwijl zij snuisterde in de jeugdboeken pufte ik even uit. Ik keek rond en zag rechts van me het “gouden boek voor meisjes” met roze achtergrond. Uiteraard in duo aangeboden met de blauwe tegenhanger voor jongens. Links sprong het “leesboek voor jongens” in het oog met stoere jongens op de kaft. Ook hier samen met het “leesboek voor meisjes” aangeprezen, maar dan wel met een andere cover vol vrolijke vriendinnen.

sofieblog1

sofie_blog2

De roze wereld van bekoorlijke prinsessen en de blauwe wereld van stoere helden duikt niet alleen op in de boekhandel. Stap een speelgoedwinkel binnen of blader door een speelgoedcatalogus en het is meteen duidelijk dat er meisjes- en jongensspeelgoed is. Jongen? Dan zijn er robotten, wetenschapskits en auto’s in de aanbieding. Meisje? Vast geïnteresseerd in parels, roze huishoudspullen of de nieuwste pop. Apartheid troef in speelgoedland. En wil je als jongen een pop, dan lijk je voorbestemd om homoseksueel te zijn. Bovendien is in de poppenwereld wit de standaard. Als er al poppen met een kleurtje zijn, dan worden ze gelabeld als “exotisch”.Niet alleen de kaft, ook de inhoudstafel verried een andere wereld. Jongens krijgen vooral verhalen over dino’s, voetbal, ridders en  spoken voorgeschoteld; meisjes over vriendinnen, prinsessen, liefde en pony’s. Treffend door mijn dochter samengevat als stoer versus lief.

sofie_blog3

Hoewel de opdeling van speelgoed in meisjes- en jongensspeelgoed niet nieuw is, neemt de tweedeling nog toe. Een mooi voorbeeld hiervan is Lego. Tot het begin van de jaren ’80 richtte Lego zijn reclame expliciet op zowel jongens als meisjes, onder het motto “the urge to create is equally strong in all children”. Meisjes en jongens lieten hun creativiteit los op dezelfde set legosteentjes en figuurtjes. Maar de laatste decennia maakt Lego meer en meer onderscheid. Denk aan de pastelkleurige reeks Lego Friends, expliciet gericht op meisjes met scènes zoals een schoonheidssalon of een boottrip naar de dolfijnen.

Waarom moeten we ons zo druk maken over stereotiep speelgoed of stereotiepe boeken? Precies al spelend en lezend verkennen kinderen de wereld rondom hen, ontdekken ze hun talenten en ontwikkelen ze hun vaardigheden. Daarom is het belangrijk dat kinderen experimenteren met een zo breed mogelijk gamma aan speelgoed, verschillende spelervaringen beleven en geconfronteerd worden met zoveel mogelijk diverse personages tijdens hun leesavonturen. Want speelgoed en boeken zijn niet neutraal. Wat leren de bij uitstek stereotiepe speelgoedcatalogi? Dat meisjes eerder bezig horen te zijn met hun uiterlijk, shoppen, huishouden en zorg, terwijl jongens vooral inventieve techniekers moeten zijn, actief en ondernemend. Op die manier worden kinderen van meet af aan in hokjes geduwd.

Speelgoed weerspiegelt vandaag vooral een traditioneel samenlevingsmodel, waarin vrouwen een zorgende rol opnemen en instaan voor het huishouden terwijl mannen beschouwd worden als avontuurlijk, creatief en ondernemend. Het is dan ook niet verwonderlijk dat zo weinig jongens kiezen voor zorgberoepen of meisjes een technische studiekeuze maken en de rolpatronen thuis zo onveranderlijk blijken. Speelgoed is uiteraard niet de enige oorzaak, maar duwt kinderen wel mee van jongs af aan in een bepaalde richting. Phumzile Mlambo Ngcuka, VN-directeur vrouwen, zei onlangs nog, op de Internationale Dag van Vrouwen en Meisjes in de Wetenschappen: “We moeten hoogdringend de plaatsen waar kinderen spelen, leren en opgroeien ontdoen van alle stereotypen”. Anders blijft het zo dat 6-jarige meisjes jongens slimmer vinden dan hun eigen seksegenoten, zoals onlangs nog uit een internationale studie bleek die in het toonaangevende wetenschappelijke tijdschrift Science gepubliceerd werd.

Een mentaliteitswijziging is nodig. Stereotypering is schadelijk en beperkt ontwikkelingskansen. Je zal maar het meisje zijn dat houdt van avontuur of techniek. Of de jongen die gecharmeerd is door de droomwereld van elfen en eenhoorns. En dat zijn geenszins uitzonderingen. Gelukkig maar! Laat de verbeelding aan de macht in die jonge lezershoofden met diverse personages die buiten de klassieke lijntjes kleuren en hen zo heel verschillende identificatierollen aanbieden om zich in te leven. En kleur moet ook meer zijn dan exotiek, maar gewoon deel van het dagelijks leven. Willen we kinderen optimale ontwikkelingskansen geven, dan moeten we ophouden met hen in hokjes te stoppen. Daar worden niet alleen zij, maar de hele samenleving beter van.

sofie_blog4

Daarom richtten Furia, Femma, Ella, VIVA-SVV, RoSa, Vrouwenraad en çavaria het actieplatform “Vrij Spel Kinderen Kiezen Wel” op. Het platform, dat intussen de steun heeft van de Gezinsbond, reageert tegen de opdeling in jongens- en meisjesspeelgoed en de stereotypering die zo in stand gehouden wordt. Vrij Spel Kinderen Kiezen Wel heeft een Facebookpagina waar nieuws en ervaringen gedeeld worden, sensibiliseert het publiek via straatacties en een methodiekenkoffer, beloont goede praktijken van speelgoedwinkels met een label en geeft advies. Meedoen? Deel je ervaringen op de Facebookpagina, ga op stap als mystery shopper of probeer de methodiekenkoffer uit.

 

Sofie De Graeve is woordvoerster van Furia (tot 2016 Vrouwen Overleg Komitee). Furia is een feministische denktank en actiegroep die ijvert voor een solidaire en meer gelijke samenleving. Sofie is ook één van de treksters van Vrij Spel Kinderen Kiezen Wel.

Er zijn zoveel verhalen als er mensen zijn – Jeroen Vermeiren

Ik zal u iets verklappen.

Als kind wilde ik heel graag balletles gaan volgen. Een verlangen dat ik welgeteld twee keer heb uitgesproken, ergens aan het begin van de jaren 80. Eén keer thuis en één keer op school.
‘Dat het voor meisjes was,’ kreeg ik te horen. Dat jongens andere dingen doen, zoals atletiek bijvoorbeeld. En dus zat ik plots in de atletiekclub. Om er weinig tot niks aan te vinden.
‘Dat het voor janetten was’, lachten de vrienden in de klas. Ik deed mijn lagere school in Brussel en een term als ‘janet’ was zelfs in de vroege tachtiger jaren van de vorige eeuw al goed ingeburgerd daar.

Ik zeg niet dat ik een prima ballerina zou geworden zijn. Misschien had ik binnen de kortste keren zelfs een bloedhekel gekregen aan ballet. U weet hoe dat gaat met kinderen. Maar dat stiekeme verlangen is toch altijd door mijn hoofd blijven spoken. En meer nog dan dat stiekeme verlangen die paar labels die meteen op ballet werden gekleefd. Het was niks voor een (echte?) jongen. Ballet was een meisjeszaak. Op de valreep nog een zaak voor verwijfde jongens. En dát wilde je toch niet zijn?

Ik weet niet hoe dat vandaag gaat. Trekken jongens tegenwoordig wél zorgeloos en vooral onbeschaamd naar de balletles? Gemakkelijker dan vroeger, vermoed ik. Hóóp ik. Toch leren we uit mediaberichten allerhande dat onze ruimdenkendheid nog steeds veel te wensen overlaat. Wij leven in een samenleving van vakjes. Alles moet in een schuifje passen. Dat schijnt ons gerust te stellen, op een of andere manier. Soms heb ik de indruk dat we zelfs meer dan ooit nood hebben aan labels. Komt het door de globalisering? Door de vele prikkels van het internet en de sociale media? Door ons druk-druk-druk bestaan? Proberen we in al die chaos en alles wat voortdurend op ons afkomt de grip op de dingen te bewaren door ze duidelijk af te bakenen of te definiëren? Ik heb in ieder geval het gevoel van wel. We creëren een stukje veiligheid in ons hoofd door alles in categorieën op te delen. Terwijl je zou denken dat heel wat vooroordelen wegslijten onder impuls van het internet, omdat je er gigantisch veel informatie vindt. En weten is begrijpen, denk ik dan.

Recent is er veel te doen rond genderneutraliteit. Naast de M/V zie je steeds vaker ook de X opduiken, in vacatures bijvoorbeeld. Dat is erg belangrijk: organisaties die actief het signaal geven dat ze op zoek zijn naar een mens, ongeacht of dat nu een man is, een vrouw, allebei of geen van beiden helemaal. De focus ligt op de meerwaarde die iemand te bieden heeft. Op talent. Op capaciteiten. Ook in kranten- en televisiereportages worden steeds meer mensen van vlees en bloed getoond, wars van labels. Zij die anders zijn, worden niet langer opgevoerd als excentriekelingen. De lezer en kijker thuis fronst ongetwijfeld nog wel eens de wenkbrauwen, maar ondertussen kan er toch een rijping van de geesten plaatsvinden. En dat is nodig. Want al die geesten geven gestalte aan andere geesten. Ikzelf bijvoorbeeld als vader en dus opvoeder van mijn zevenjarige zoon. Een zoon die niks van roze wil weten en de brandweer iets voor mannen vindt. Een zoon die meisjes als slap beschouwt en jongens als sterk. Wat hij alvast niet van mij heeft meegekregen en waarmee bewezen is dat die hardnekkige clichés in de samenleving ingebakken zitten: ze worden sowieso opgeraapt, op de speelplaats, in de sportclub, op de werkvloer, noem maar op. Ik ga steevast tegen die archetypische beelden van mijn nageslacht in. Leg hem uit dat maar heel weinig dingen zwart-wit zijn. Dat er veel grijs is. En roze. En dat dat maar goed is ook.

Diezelfde zoon en ik waren onlangs op bezoek bij vrienden. Hij en de dochter des huizes gingen spelen in haar kamer. Plots kwam hij parmantig de woonkamer ingestapt, in een kleurig flamencojurkje, rushes inbegrepen. Aan zijn voeten prijkten hakjes. Om de paar elegante stappen sloeg hij zijn enkel om. De zoon ging er in op en ik vond het geweldig. Het is goed om ‘het andere’ te verkennen. Letterlijk eens in andermans schoenen te stappen. In dit geval vrouwenschoenen. Om vervolgens aan den lijve te ondervinden dat het verdorie nog niet makkelijk is, dat op hakken lopen. Maar ook te ervaren: hé, dit is leuk, deze andere rol brengt mij ook andere perspectieven.

Ik heb geapplaudisseerd. Jazeker. En nee, ik heb geen flauwe grapjes gemaakt, of cliché-versterkende uitspraken gedaan. Misschien moeten we dáár met z’n allen beginnen: bij onszelf. Attitudes en denkwijzen veranderen, begint op microniveau.

Laten we elk op onze eigen manier geesten helpen rijpen. Er zijn zoveel verhalen als er mensen zijn.
Laten we vooral voorbij gaan aan de etiketten en veel meer kijken naar het verhaal zelf. Want daar lees je de mooiste dingen, ín en tússen de regels.

Jeroen Vermeiren is creatief schrijver bij Studio 100. Hij heeft zijn eigen schrijfbedrijfje, De Zinnenspinnerij, een vehikel dat hem toelaat zowel zijn passie voor copywriting als zijn oude maar nimmer tanende liefde voor de journalistiek te belijden. Jeroen publiceert op regelmatige basis goed gesmaakte columns en opiniestukken bij Charlie Magazine én Het Nieuwsblad Magazine. Voorts is hij ook stadsdichter van Bornem. In september 2016 verscheen zijn meest recente dichtbundel ‘Alles, behalve nooit’ (Uitgeverij P). © Jeroen Vermeiren

Van Tiny tot Pippi? – Bieke Purnelle

Meteen na de tweede wereldoorlog doorbrak de Zweedse schrijfster Astrid Lindgren de norm van moraliserende kinderverhaaltjes door de eigenwijze en ondeugende Pippi Langkous in het leven te roepen. De tweede feministische golf zou nog twee decennia op zich laten wachten, maar kon zich geen krachtiger voorbode wensen dan Pippi. Het meisje met de rode vlechtjes belichaamde alles wat kleine meisjes niet hoorden te zijn: onafhankelijk, assertief, zelfredzaam en onconventioneel, zo sterk als een paard en gespeend van keurige manieren. Rebelse Pippi veroverde de wereld in maar liefst zeventig talen en wist miljoenen meisjes te bevrijden van betutteling en stereotiepe meisjesnormen.

Een van die meisjes was ik. Terwijl Casterman’s doodbrave Tiny in haar keurige roze jurk zich netjes aan de regels en verwachtingen hield, deed hondsbrutale Pippi alles waar ik alleen maar van durfde dromen. Wanneer je opgroeit in een meisjesschool, waar de slagzin “wees voornaam” luidt, en je maar weinig talent blijkt te bezitten voor voornaamheid, dan overleef je door le lezen. In mijn boekenkast werd Pippi waardig opgevolgd door Annie M.G. Smith’s driftige en dappere Otje en Roals Dahl’s slimme en eigenzinnige Matilda. Ik ben de auteurs en de uitgevers nog altijd dankbaar voor hun pientere en eigenzinnige rolmodellen.

Tientallen jaren later heb ik zelf kinderen, en koop ik opnieuw kinderboeken. Het blijft zoeken naar Pippi’s, Matilda’s en Otje’s, naar kinderpersonages die stereotypen en knellende clichés uitdagen en trotseren. Het blijft zoeken naar boeken waarin vaders koken en troosten, en moeders president of rechter zijn. Schaars zijn de boeken waarin jongens huilen, bang zijn en geholpen worden door een meisje; even schaars als die waarin meisjes onverschrokken en assertief hun eigen weg gaan. Hoe moeten we onze zonen leren dat ze zorgzaam, bang of onzeker onzeker mogen zijn als ze jongens en mannen niet zien zorgen, twijfelen of huilen? Hoe moeten we onze dochters leren dat meisjes slim, dapper en ondernemend zijn, wanneer ze enkel prinsessen in roze jurken en kokende mama’s zien in de boeken die ze lezen?

De meeste kinderliteratuur anno 2017 doet helaas weinig om stereotypering te verhelpen. Alle Pippi’s, Matilda’s en Otje’s ten spijt, stereotype personages blijven eerder de norm dan de uitzondering. Het merendeel van de kinderboeken stellen meisjes voor als zwakke, bange en volgzame doetjes, met prinses worden of trouwen met een held als ultieme ambitie. Jongens zijn dan weer onverschrokken helden die de meisjes beschermen en redden. Meisjes leren door te lezen dat ze volgzaam zijn, en vooral geen avonturiers. Jongens leren dat ze nooit bang zijn, en altijd dapper. Boekenwinkels hebben rekken voor jongens, vol stoere heldenverhalen, en rekken voor meisjes, met rozig leesvoer voor prinsessen in spe.

Kinderboeken, of ze nu gelezen of voorgelezen worden, zijn belangrijk voor de ontwikkeling van taal- en andere vaardigheden. Maar ze spelen ook een wezenlijke rol in het doorgeven van sociale en culturele normen aan opgroeiend grut. Net als genderrollen in het gezin, in speelgoed en op televisie, draagt de manier waarop meisjes en jongens voorgesteld worden in boeken bij tot het beeld dat kinderen ontwikkelen van hun rol in de samenleving. Wat wordt van mij verwacht? Hoe hoor ik me te gedragen? Welke toekomst is voor mij weggelegd? Als we willen dat meisjes en jongens zich niet laten beperken door afgelijnde genderrollen, dan zijn alternatieve rolmodellen onmisbaar.

Onderschat nooit de kracht van beeldvorming in opvoeding en ontwikkeling. Als je meisjes wil emanciperen, laat ze dan onder meer boeken lezen met sterke, intelligente en competente vrouwelijke hoofdpersonages. Als je jongens wil leren dat ze geen superhelden hoeven te zijn en prima kunnen zorgen, laat hen dan boeken lezen met empathische, zorgzame en mannelijke hoofdpersonages, die al eens durven twijfelen of emoties voelen. Daar worden we met z’n allen beter van.

Bieke Purnelle is directeur van RoSa, het expertisescentrum voor gender, feminisme en gelijke kansen.  Ze schrijft columns voor Mo*Magazine en is freelancejournalist.

Over jongens die niet lezen en diversiteit die gevoelig ligt – Steven De Baerdemaeker

Plafondmeisje

Maandagochtend in een Molenbeeks vijfde leerjaar. Een pop van een halve meter lengte hangt ondersteboven aan het plafond. Eén en al vraagtekens bij de kinderen wanneer ze de klas binnen strompelen. Meer dan dat de pop Imke heet, komen ze die dag niet te weten. En dat ze waarschijnlijk iets te maken heeft met een boek, want er staat er eentje in cadeaupapier aan het bord. De fantasie van de ketjes gaat in overdrive.

Dinsdag blijkt Imke een meisje dat uit haar bed valt, op het plafond (Plafondmeisje, Fran Bambust, Clavis Uitgeverij). Op die manier is zij ‘anders’. In het stuk dat ik voorlees, vindt Imke het vervelend dat al haar spullen op de grond staan, terwijl zij op het plafond zit. Wat als we nu eens zorgen dat de Imke in onze klas dat probleem niet heeft? Vol enthousiasme worden plafondmeubels geknutseld. De creatiefsten maken uiteindelijk zelfs aquaria, een jacuzzi en een halve speeltuin. De rest van het schooljaar is het plafond van onze de klas dé bezienswaardigheid van de school.

Wat verder in het boek wordt Imke beschuldigd van enig terrorisme. Om het vermoeden dat ze vernielingen aanricht, kracht bij te zetten, maakt een televisieploeg in het verhaal een reportage waarin ze de waarheid aardig verdraait. Hoe de reporters dat doen, bestuderen we niet alleen, we zetten het ook om in de praktijk: de ene helft van de klas maakt reportages die moeten aantonen dat onze school de vuilste van heel Brussel is, de andere helft framet onze school als de allernetste.

En tussen al dat leuks door, lezen we verder. Nieuwsgierig naar het verhaal, maar ook op zoek naar wat we nog meer met het boek kunnen doen.

Doe iets met een boek!

Misschien had u van mij in het kader van de Jeugdboekenmaand M/V/X meteen een pleidooi verwacht voor meer diversiteit in kinder- en jeugdboeken. Wees gerust, dat komt nog. Maar wat ben je met een boek met een realistisch, divers beeld van onze samenleving als het niet gelezen wordt?

Gemiddeld lezen jongens een stuk minder graag dan meisjes, al is geslacht slechts één van de factoren die hierin een rol speelt. Vermoedelijk zal de spreiding van de leeszin binnen de geslachten ook groter zijn dan het verschil tussen de geslachten, zoals dat het geval is voor zowat alle M/V-verschillen. Het is al evenmin een geheim dat jongens gemiddeld meer gericht zijn op ‘doen’.
Misschien moeten we daar in het hele leesbevorderingsverhaal wat meer op focussen. Wat meer actie komt niet alleen een groot deel van de jongens ten goede, maar ook alle meisjes die liever ‘doen’. Sommige kinderen hebben genoeg aan het verhaal op zich, voor anderen moet er iets met het boek gebeuren. Je kan Gelukkige Vaderdag, Silvie (Brigitte Minne – De Eenhoorn) lezen. Je kan ook een ‘leeshut’ in de klas maken, gebaseerd op die van Ferre en Zita, de hoofdpersonages. Kledij maken, creatief aan de slag gaan met kapsels en fotografie zijn andere kansen die voor het grijpen liggen. Quizzen rond de inhoud van het boek vindt iedereen leuk (lesideeën op schooluitdekast.be). En intussen stel je met je kinderen ieders M/V/X-denken kritisch in vraag.

Boeken over, maar vooral met diversiteit

Met een boek als Gelukkige Vaderdag, Silvie lach ik me een breuk. Maar boeken over een sociaal thema durven wel eens extra saai uitvallen. Het lijkt alsof sommige auteurs, in een lovenswaardige poging om de wereld te verbeteren, vergeten om hun boek ook aantrekkelijk te maken. Tip voor wie een boek wil schrijven over een diversiteitsthema: zorg ervoor dat kinderen je boek ook willen lezen.

Een nadeel van sommige boeken over diversiteit is dat ze eerder stigmatiserend werken dan bij te dragen aan een inclusief beeld van de samenleving. Wie niet beantwoordt aan wat de norm is, volgens het referentiekader van de auteur, wordt ‘per ongeluk’ weggezet als uitzondering, eerder dan als vanzelfsprekend deel van onze maatschappij.

Net daarom hebben we nood aan meer boeken waarin diversiteit niet het thema, maar een evidentie is. Verhalen waarin de gelijkenissen tussen wij en zij groter blijken dan de verschillen. Boeken waarin ‘anders zijn’ enkel betekent  ‘dat er minder mensen zijn met deze eigenschap’ en niet ‘dat er wat mis is met deze mensen’. Boeken die een reële afspiegeling zijn van onze samenleving, kunnen hun steentje bijdragen aan een inclusieve samenleving waarin iedereen zijn/haar/hun plek vindt. De boekenreeks Lou (Kathleen Amant i.s.m. çavaria, Clavis uitgeverij) is daar een voorbeeld van.

Je bent wie je bent, zonder M/V/X

Het gaat de goede kant op. Naarmate diversiteit in onze samenleving steeds zichtbaarder wordt, sluipt ze ook meer en meer binnen in boeken. Er is echter een ‘maar’, althans voorlopig. De  invalshoeken van diversiteit waar rekening mee wordt gehouden, zijn vaak diegene die in onze samenleving weinig effect op de verkoopcijfers zullen hebben: een kind met een beperking, mensen met verschillende huidskleuren, … Het blijft voorlopig moeilijk om een personage met lesbische ouders te vinden (zonder dat dit het  hoofdthema van het boek is), in het bijzonder voor kleuters en jonge kinderen. Stoere meisjes zijn er intussen wel wat. Naar de gevoelige, zachte jongens is het veel langer zoeken. Laat staan de jongen die liever een meisje wil zijn, of omgekeerd.
Gender en seksuele diversiteit zijn twee van die vaak vergeten invalshoeken in het diversiteitsverhaal. Meerdere auteurs en uitgeverijen geven in de wandelgangen toe dat ze bang zijn om boeken te maken met een genderatypisch, transgender of holebipersonage, uit angst dat die geen redelijke verkoopcijfers zullen halen. Ook nu nog.

En dus verdient Iedereen Leest dubbel applaus. Een Jeugdboekenmaand met slogan “M/V/X: je bent wie je bent” zet het thema resoluut op de kaart. Hoezeer dit onderwerp mensen anno 2017 nog steeds uit hun comfortzone haalt, merkte ik de afgelopen weken bij sommige leerkrachten en bibliotheekmedewerkers: “Wij doen in maart wel iets rond jezelf zijn, die M/V/X laten we voor wat het is.” De ‘zekerheden’ van het leven in vraag stellen, waaronder het bij velen vastgeroeste M/V-rollenpatroon, doet niet iedereen even graag. Dat leidt namelijk tot het besluit dat die zekerheden niet zo absoluut blijken. Het kwaaltje “we weten niet wat hiermee te doen in de klas of bibliotheek” is trouwens makkelijk te verhelpen met een pilletje internet.

Youssef

Een paar weken na het werken met Plafondmeisje, in hetzelfde Molenbeekse vijfde leerjaar. Youssef, een topkerel die een hekel heeft aan lezen, komt naar me toe, met in zijn handen iets dat zowaar op een boek lijkt: “Meester, meester! We zijn dit weekend op uitstap geweest naar de bibliotheek. En ik heb een keileuk boek gevonden waarmee we iets kunnen DOEN!” In het toneelstuk dat we maken op basis van Grieselstate (Anthony Horowitz, Facet) redt uiteindelijk onze Cécile de jongens, dankzij één van haar eigenschappen die haar op sommige vlakken bijzonder sterk maakt: autisme.

 

Steven De Baerdemaeker is leerkracht en onderwijsmedewerker bij çavaria. Çavaria inspireert, stimuleert en ondersteunt verenigingen en individuen die opkomen voor een brede kijk op seksuele oriëntatie, genderexpressie en genderidentiteit.