Tsundoku

‘Het is officieel’, zei mijn vriend. ‘Je lijdt aan een ernstige vorm van tsundoku.’ ‘Tsun-wat?’, vroeg ik. ‘Tsundoku’, zo las hij op Reddit, ‘is Japans voor buying books and not reading them; letting books pile up unread on shelves or floors or nightstands’. ‘Oh… Maar ik ben gewoon een bibliofiel’, sputterde ik. ‘Ha’, lachte hij. ‘Een boekenliefhebber léést boeken.’

Hij heeft gelijk, mijn vriend. Maar ik zeg het niet luidop. Bovendien voldoe ik niet helemaal aan het tsundoku-profiel. Ten eerste koop ik niet alleen boeken. Ik leen er nog veel meer. Ten tweede bewaar ik mijn boeken én in rekken én op de vloer én op mijn nachtkastje. Ten derde ben ik ook een virtuele stapelaar. Volgens Goodreads las ik dit jaar al 138 boeken. Maar op mijn nog-te-lezen-lijst prijken 703 titels.

Stel je voor dat al die ongelezen boeken in opstand komen. Vroeg of laat wreken ze zich, het kan niet anders. Ze komen uit de kast, nestelen zich in mijn bed of klimmen in het gordijn. ‘Terug in jullie stapels en hokjes’, commandeer ik. ’Aai me over de rug!’, protesteert er een. ‘Geef me ezelsoren!’, brult een ander. ‘Wij willen verslonden worden!’, roepen ze in koor. Ze zijn met meer dan ik dacht, die ongelezenen. Een voor een duwen ze zich onder mijn neus. Ik knik en snik en snuif letters en slik zoveel mogelijk woorden in. Tot ze me de keel uitkomen. ‘Ik beken’, fluister ik. ‘Ik ben een vraatzuchtige verzamelaar.’

Nu probeer ik te ontboeken. Op Goodreads verwijder ik de titels die ik niet meer kan plaatsen (haha). Soms schenk ik de bibliotheek enkele boeken. Je weet natuurlijk nooit in welke handen ze terechtkomen. Maar ik beeld me in dat ze goed zijn, of zacht, of allebei. Verder doneer ik geregeld boeken aan goede doelen. Eind augustus verkocht ik op de Cultuurmarkt recensie-exemplaren ten voordele van IBBY-Palestina. We zamelden 4215 euro in! Zelf kocht ik maar vijf boeken hoor.

Tsundoku

Mijn kamer is een boekentoren. Tips van een behoedzame bibliofiel zijn welkom!

IMG_20170906_104431

Hoe Pinocchio leerde lezen

Lezers zijn gevaarlijk. Maar oppervlakkige lezers zijn nog gevaarlijker. Ze doorzoeken verhalen op zwart-wit tegenstellingen en keren open vragen en paradoxale opmerkingen de rug toe. Ze praten krantenkoppen na, communiceren via catchy slogans en/of hanteren extremistisch taalgebruik. In zekere zin zijn we allemaal oppervlakkige lezers. Zelf heb ik vaak een weerwoord klaar, nog voordat ik het volledige verhaal ken. Ik klamp me vast aan steekwoorden en ook mijn gezicht spreekt van meet af aan boekdelen. Maar ik leer wel om mijn oppervlakkige leeswijze kritisch te evalueren.

En dat is precies waar het volgens Alberto Manguel fout loopt. Veel lezers blijven steken in een eerste, technische leesfase. Ze leren het alfabet en papegaaien vervolgens hun (invul)boeken na. De oppervlakkige lezer is een Pinocchio. Hij is getraind in snellezen, maar denkt als een marionet: ‘Pinocchio becomes a good little boy who has learned to read, but Pinocchio never becomes a reader’ (2000: 2). Een échte lezer, zo stelt Manguel, is in staat om een tekst ook te begrijpen en die vervolgens toe te passen op zijn of haar eigen leefwereld.

Promoten we Manguels creatieve leesattitude als bijkomend schoolvak of als een vakoverschrijdende eindterm? Leerkrachten zouden hun lezende leerlingen in elk geval moeten uitdagen om alles en iedereen in vraag te stellen. Wat mij betreft krijgen leerlingen ook inspraak in het schoolbeleid. Maar Manguel overweegt een onderwijs zonder volwassen inmenging: ‘every teacher must teach anarchism, must teach the students […] to find a place from which to speak their own ideas, even if this means opposing, and ultimately doing away with the teacher herself‘ (2000: 10). Is het niet net de interactie tussen leerlingen en leerkrachten —of tussen minder ervaren en ervaren lezers— die het kritisch denken stimuleert?

Eerder deze week las ik in De Standaard over de eerste Marc De Bel-scholen. Jeugdauteur en ex-leerkracht De Bel pleit voor een onderwijs waarin kinderen centraal staan. Spelenderwijs leren, faalplezier, contact met de natuur en levenslang dromen beschouwt hij als de belangrijkste doelstellingen. De directrice van BroeBELschool Het Biezebos nuanceert: ‘Niet alles kan gerealiseerd worden, maar we zullen [de leerlingen] altijd uitleggen waarom iets wel en iets niet mogelijk is.’ Zou Manguel zich met dergelijk initiatief kunnen verzoenen? Scherpt de BroeBELschool de creatieve geest of levert ze alsnog een generatie Pinocchio’s af?

Hoe Pinocchio leerde lezen

Carlo Collodi’s Le avventure di Pinocchio, illustratie door C. Toppi (ca. 1923)


Ik las Alberto Manguels How Pinocchio Learned to Read (2000) voor het onderzoeksvak Hermeneutiek.

Met dank aan Ilona Plicharts ‘Wonen in boeken’ voor De Morgen (30/08/2017).

Dus je denkt dat je veranderd bent?

Ik herinner het me als de dag van gisteren. Met mijn hoofd in de wolken liep ik richting station. Ik botste tegen een groepje toeristen aan, viste mijn sjaal van de roltrap en belandde —hoe kan het ook anders— haast tussen de treindeuren in plaats van in mijn favoriete vierzit. Ik dacht: mijn medereizigers moeten merken dat ik zojuist een belangrijke knoop heb doorgehakt. Vastberaden zette ik een melodietje in. De conducteur floot gezellig mee, waarop twee medereizigers gniffelden. Ik dacht: ik breng de boodschap al neuriënd.

Maar toen ik thuiskwam zei ik onverbloemd: ik ga niet op Erasmus. Ik wil Jeugdliteratuur studeren. Mijn ouders hadden —geheel terecht— praktische en kritische vragen voor mij in petto, zoals ‘Maar je hebt je inschrijving al geregeld?’, ‘Je wilde toch met Spaans verder?’, ‘Waarom maak je plots die beslissing?’ en ‘Dus je denkt dat je veranderd bent?’. Vooral die laatste vraag sterkte me in mijn besluit. ‘Nee, dat denk ik niet’, antwoordde ik. Eigenlijk wist ik het al toen ik tijdens mijn vakantiejob in de bibliotheek van Vilvoorde een jongetje met zijn spreekbeurt over kevers hielp. Of toen ik niet veel later als stagiaire bij Stichting Lezen de Voorleesweek in een Gentse ziekenhuisschool coördineerde. Of toen ik met plezier aan mijn bachelorscriptie over natuur in stedelijke kinderliteratuur werkte. Of toen maandag —dankzij de keuzecolleges Jeugdliteratuur aan de UA— een semester lang mijn persoonlijke hoogdag was. Of in ieder geval op het moment dat een deel van mijn (prenten)boekencollectie naar de kleerkast verhuisde.

Toen ik een flyer over de master Jeugdliteratuur in handen kreeg, ging er een lampje branden. Ik had mezelf als bij toverslag herontdekt. Ik schreef me in voor de Master Jeugdliteratuur. En ik heb er nog geen seconde spijt van gehad.

Dus je denkt dat je veranderd bent?

Uit: Lewis Carroll, Floor Rieder en Sofia Engelsman, De avonturen van Alice in Wonderland (Gottmer 2014)

Dag zomer, hallo Ine!

De zomermaanden zijn voorbij, en we schieten terug in actie!

Bij het begin van het nieuwe schooljaar laten we Ine Muys aan het woord. Ine begint deze week aan het tweede deel van haar Master Jeugdliteratuur aan de Universiteit van Tilburg, als een van de weinige Vlaamse studenten. In september brengt ze verslag uit over wat haar bezighoudt. Welkom, Ine!

Garen

Jarenlang liep op deze blog de rubriek Door het sleutelgat. Nieuwsgierige aagjes konden daar terecht om ateliers en schrijfkamers van illustratoren en auteurs te bekijken, auteurs en illustratoren -zoals Marjolein Pottie- kregen de kans om velen sympathiek jaloers te maken op hun prachtige schriftjes, hun door boeken overspoeld bureau of hun uitzicht op de tuin/over de stad. Of op hun lade met naaigaren.