de leesclub

Toen ik lesgaf aan anderstalige nieuwkomers hielden we wekelijks “de leesclub”, een leesproject waarbij vrijwilligers met onze OKAN-leerlingen samen kwamen lezen. Ik plunderde mijn eigen boekenkast; schotelde o.m. de verhalen van kikker & pad (Arnold Lobel) voor. Het was een heuse queeste, de zoektocht naar geschikte leesboeken. De leesclub bestaat nog steeds. Nu mag ik elk jaar vanuit docAtlas een boekenkoffer samenstellen. Het aanbod is rijker en gevarieerder, of misschien is mijn kijk op het aanbod wat veranderd.
Vandaag kwam er een groep leraren in opleiding inspiratie opdoen in docAtlas. Een deel van hen gaat binnenkort aan de slag als leesbegeleider in een OKAN-school. Oefenen op het technisch lezen. Maar daar legde ik maar weinig nadruk op vandaag. Het technisch oefenen doen ze wel in de klas, hoop ik. Ik hamerde op het leesplezier. En dat start bij boekplezier! Ik toonde boeken om mee te spelen, zoals het mooie tangramkat, net nog bekroond met zilveren griffel en gouden penseel en het grappige memorykonijn, waarmee je, zonder dat de makers het misschien bedoeld hebben, speels wat woordenschat kan inoefenen met anderstalige nieuwkomers. Of het heerlijke Dierelirium van professor Revillod; oneindig veel lees- en puzzelplezier! Daarnaast schotelde ik nog enkele mooie fotoboeken voor, want lezen is ook kijken. Probeer zeker eens de boeken van Ursus Wehrli uit; heerlijk hoe hij alles opruimt!

ursus wehrli

Omdat er ook op lezen geoefend moet worden presenteerde ik ook enkele theaterleesboeken, of toneellezen. Deze zomer nog uitgeprobeerd met onze jongste zoon. Het werkt écht! Ik toonde ook enkele beeldboeken, boeken uit de Wablieftcollectie en reeksen van eenvoudig communiceren, …
Maar ook poëzie, mooie alfabetboeken, woordeloze prentenboeken en boeken in andere talen. Als kers op de taart trakteerde ik hen op een verhaal geschreven door OKAN-leerlingen. Een verhaal uit het project ‘verhalen uit alle windstreken’, een heel schoon en inspirerend project van OKAN Berkenboom uit Sint Niklaas. Ik vertelde het met de kamishibai. Daarover later meer…

Knipsel

Save

Save

Leve literair leesplezier

‘Boeken zijn niet bedoeld om mee te werken, wel om te lezen.’ Hoewel het extreem klinkt, neem ik de uitspraak van Jan Van Coillie ter harte. Als enthousiast leesbevorderaar probeer ik kinderen (en volwassenen) eerst en vooral wegwijs te maken in het boekenaanbod, in de hoop dat ze verhalen ontdekken waarvan ze kunnen genieten. Graag (blijven) lezen, dat is waar het in de eerste plaats om gaat.

Hebben ze de leesmicrobe te pakken? Dan ga ik een stapje verder. De Kinder- en Jeugdjuryleden van groep 4 reik ik zoveel mogelijk kapstokken aan om boeken te doorgronden. Soms stuit ik daarbij op weerstand: ‘Maar zo ruïneer je toch het leesplezier?’ ‘Laat kinderen gewoon wegdromen tijdens het lezen!’ Laat het duidelijk zijn: er is niets mis met lekker ontspannend lezen. Maar ik ben er wel van overtuigd dat wanneer je een boek (beter) begrijpt, je er nog meer van kan genieten. Leve literair leesplezier!

De vraag die ik mezelf en de KJV-ers stel, is: ‘hoe werken met kinderboeken?’ We zoomen in op (herkenbare) thema’s en emoties, maar we besteden net zoveel aandacht aan verhaalopbouw, schrijfstijl en illustraties. Een boek is immers meer dan een thema of een onderwerp. We buigen ons over kwesties als: ‘Welke personages zijn belangrijk voor het verhaal?’, ‘Wat maakt deze gebeurtenis grappig?’, ‘Wanneer wordt het verhaal spannend, en waarom?’ ‘Vertellen de tekeningen hetzelfde of iets anders als de tekst?’. Doorgaans sluiten we de bijeenkomst af met een verwerkingsactiviteit, zoals het verzinnen van een alternatief einde of het maken van een associatieve tekening.

Gelijkaardige vragen stel ik me overigens tijdens het recenseren. Na een thematische bespreking richt ik de aandacht op stijl en compositie, zoals in mijn recensie van Ik wil naar verder (An Candaele en Anne Provoost, 2016):

In eerste instantie lijkt er zich een lineaire verhaallijn te ontplooien. In korte en bondige zinnen omschrijft Provoost hoe Visje staat te popelen om de deur achter zich dicht trekken. Flappen ter grootte van een halve pagina brengen de actie in kaart en nodigen uit tot verder bladeren. Op die manier krijgen de titel en het bijbehorende vooruitgangsidee zowel op inhoudelijk als vormelijk niveau gestalte. Toch zijn er van bij het begin ook retrospectieve en introspectieve momenten voelbaar. Visje heeft zijn aquarium nauwelijks verlaten of hij blikt al back to the roots (een illustratie van felrode, wortelachtige takken springt hierbij in het oog). Een gelijkaardige aanloop neemt Poesje. Met de poten op de borst kondigt hij zijn vertrek aan, maar een bladzijde later kijkt hij de kat uit de boom. Niet toevallig is het deze sublieme illustratie die op de cover prijkt. De wereld ligt aan Poesjes voeten, maar het is diens fantasievolle blik die de aandacht opeist.

Sommige boeken lenen zich beter voor literair leesplezier dan andere. Wanneer ik kinderen wil enthousiasmeren voor de vorm en structuur van een verhaal, reik ik in eerste instantie  ‘metafictieve’ boeken aan. Metafictie is een stijlmiddel waarmee auteurs de aandacht van de lezer vestigen op het verzonnen karakter van een verhaal. In een metafictief verhaal kan de verteller tegen de lezer zeggen: ‘Beste lezer, welkom in mijn verhaal’ of ‘Wil je weten wat er nu gaat gebeuren? Sla dan snel de bladzijde om’.

De zombietrein en andere stripgedichten

Eergisteren las ik De zombietrein en andere stripgedichten (2017) van Edward van de Vendel en Floor de Goede. Ongetwijfeld zal ik de nieuwe KJV-ers uit deze bundel voorlezen. In het stripgedicht (op zich al een bijzondere vorm!) ‘Door een kier’ klimt een jongen in een boek. Meteen daarna spreekt en kijkt hij de lezer aan: ‘Je bent nu in dit gedicht. / Waarom blijf je zo kort? / O — omdat je na deze regel teruggehaald wordt. Ga nou maar! Je moeder roept je nu voor de zevende keer. Ik wacht wel. O, jammer — dit lees je al niet meer.’

Ik ben alvast benieuwd hoe de KJV-ers het stripgedicht zullen opvatten. Maar eerst deel ik mijn literair leesplezier met de begeleiders op de KJV-startdag in Permeke!


Voor dit blogbericht raadpleegde ik Jan Van Coillies Leesbeesten en boekenfeesten (2007, p.375) en Coosje van der Pols Prentenboeken lezen als literatuur (2010). Het voorbeeld ‘Wil je weten wat er nu gaat gebeuren?’ Sla dan snel de bladzijde om’ citeerde ik uit Coosjes boek (p.25).