Jeugdliteratuur.org

De vreselijke belevenissen van Barnaby Brocket

   

Korte inhoud De vreselijke belevenissen van Barnaby Brocket

De hoofdpersoon in dit boek heeft één bijzondere eigenschap: hij zweeft. Als hij niet wordt vastgebonden, gaat hij spontaan de lucht in. Zijn saaie ouders willen dat alles gewoon normaal is en vinden het maar niks dat ze zo'n vreemde zoon hebben. Gelukkig ontmoet Barnaby op zijn zweefreizen mensen die hem wel accepteren. Een heel grappig boek over een bijzondere en toch ook erg gewone jongen.

Aanzet

Doorheen het hele boek is Barnaby Brocket het zonderlinge knaapje van acht dat je leert kennen via zijn 'vreselijke belevenissen'. Laat de kinderen kennismaken met Barnaby. Een fragment op pagina 12- 13 vertelt iets meer over de geboorte van Barnaby. Lees tot en met de volgende zin: 'Goeie genade,' zei dokter Snow een seconde later. Eleanor tilde verbaasd haar hoofd van het kussen. 'Wat is er?' vroeg ze. 'Dit is iets buitengewoons,' zei hij.’ Praat met de kinderen over wat er aan de hand zou kunnen zijn met Barnaby.

Vervolgens lees je een fragment op pagina 14-15 over Barnaby net na de geboorte. Mama merkt haar kind niet meteen op in de armen van de dokter tot ze hem plots aan het plafond ziet hangen. Je voert vervolgens een klasgesprek. Wat is er speciaal aan Barnaby? Probeer je in te leven in het gevoel van de moeder. Hoe zal haar reactie zijn? Wat zijn haar gevoelens? Welke mogelijke gevolgen zal dit hebben op het leven van Barnaby? Heeft iemand uit de klas het bij het juiste eind: een vliegende baby? 


Eindtermen:
Lager: Muzische vorming - Beeld 1.4
Lager: Muzische vorming - Beeld 1.5
Lager: Nederlands - Luisteren 1.6
Lager: Muzische vorming - Drama 3.5

Verwerkingsactiviteiten

Verdieping

Heel wat fragmenten nodigen uit om met de kinderen te filosoferen. Mogelijke thema’s zijn: Wat is normaal? Doodgaan? Bestaat de ultieme liefde? Bij het filosoferen is het belangrijk dat iedereen elkaar goed kan zien. Als gespreksleider stel je enkel de vragen, je stuurt de antwoorden niet en geeft zelf geen invulling. Zorg voor veiligheid door elk antwoord van de kinderen ernstig te nemen en let er op dat er geen discussies ontstaan waarin iemand perse gelijk wil halen. Vertraag regelmatig het gesprek door dingen samen te vatten en bij de kinderen af te toetsen of ze akkoord gaan. Vraag zelf ook door! Sluit het gesprek af door bij de kinderen na te vragen bij wie ze iets verrassends of mooi geformuleerd hebben gehoord of door hen allemaal iets te laten noteren dat ze willen onthouden. Start met een fragment voor te lezen (eventueel door enkele kinderen):  'Wat is normaal in dit leven' (pagina 7) van ‘We beginnen met Barnaby’s vader…’ tot: ‘ Wanneer hij in een restaurant was - niet zo'n chic nieuw restaurant met ingewikkelde menu's en onbegrijpelijke gerechten, maar een normaal restaurant - raakte hij geïrriteerd als zijn avond verpest werd door de bediening die 'Lang zal ze leven' begon te zingen voor een gast die zo nodig de aandacht moest trekken.’

In de tekst komt vaak het woord ‘normaal’ voor. Wat is normaal zijn eigenlijk? Kan je daar een ‘definitie’ voor vinden? Als er 'normaal' is , wat is dan 'niet normaal' of 'abnormaal'? Is ‘normaal’ altijd en overal hetzelfde? Wie of wat bepaald wat normaal of abnormaal is? Welke handelingen vind je bij jezelf ‘normaal’? Als iets niet normaal is, accepteer je dat? Is het erg of net fijn om ‘niet normaal’ te  zijn? Waarom? Stel je een wereld voor waarin iedereen en alles  ‘normaal’ was. Hoe zou die wereld dan zijn?

Ga verder met een tweede fragment: ‘Doodgaan is de normaalste zaak van de wereld’ (pagina 7-8) van ‘Hij werkte als notaris voor de firma Bother en Blastit (…)’ tot ‘De aarde zou bezwijken onder al dat overgewicht.’

Stel vragen als: Gaat iedereen dood? Is doodgaan dus 'normaal'? Kan je iets over de dood te weten komen? Is er leven na de dood? Is er een hemel en/of een hel? Hoe zien die er dan uit? Wat valt er te beleven? Is het belangrijk om iets over de dood te weten? Is de laatste gedachte voor je sterft de belangrijkste? Heb je wel een laatste gedachte? Zal je je leven op het laatste moment aan je voorbij zien gaan? Is de dood altijd iets droevigs? Kan je ook blij zijn als iemand dood gaat? Gaan mensen over 1000 jaar anders dood dan nu?


Eindtermen:
Lager: Wereldoriëntatie - Mens (ik en mezelf) 3.2
Lager: Wereldoriëntatie - Mens (ik en de ander) 3.4
Lager: Nederlands - Spreken 2.1
Lager: Nederlands - Spreken 2.3
Lager: Nederlands - Spreken 2.5
Lager: Nederlands - Taalbeschouwing (taalgebruik) 6.3
Lager: Nederlands - Taalbeschouwing (taalsysteem) 6.5

Kaartwerk

Doorheen het boek legt Barnaby een echte reis rond de wereld af. Kinderen uit het vierde en vijfde leerjaar zijn vaak nog niet bekend met heel wat van de landen en werelddelen, vooral buiten Europa. Met onderstaande opdrachten, krijgen de kinderen inzicht in de wereldkaart en de aardbol. Werk op een grote wereldkaart die je in de klas plaatst of toon er één op het smartboard. Elke leerling krijgt ook een wereldkaart waarop de grenzen van de landen duidelijk zichtbaar zijn zodat ze ook ter plaatse kunnen volgen en zoeken. Werk bijv. met Google Earth en toon via satelliet het gebied of stad waarover je spreekt. Begin met ons land, de hoofdstad en de eigen woonplaats te tonen. Toon daarna de landen van Barnaby’s reis. De volgende landen, steden of werelddelen komen aan bod: Europa, Azië, Afrika, Australië, Nieuw- Zeeland, Canada, Toronto, Ierland, Dublin, de Atlantische Oceaan, Perth, Sydney, Melbourne,  Tasmanië, Ulure, Frankrijk, Duitsland, New York, de VS, Brazilië, Tokio, Japan. De kinderen kleuren de gebieden op hun eigen kaartjes in. Wie kan de andere, niet vernoemde, werelddelen aanduiden en benoemen op de grote kaart? Waar zijn de kinderen zelf al op vakantie geweest? Wat kunnen ze er over vertellen? Elk duidt ze aan op zijn/haar kaart in een andere kleur. Geef iedereen spelden of prikkers. De kinderen stippelen de weg uit die Barnaby aflegt in het boek. Ze verbinden de prikkers met een gekleurd draadje. Welke reis zouden de kinderen zelf wel eens willen afleggen? Welk vervoersmiddel(en) zouden ze hier voor gebruiken? Stippel deze weg ook uit met prikkers en verbindt met touw van een andere kleur.


Eindtermen:
Lager: Wereldoriëntatie - Ruimte (oriëntatie- en kaartvaardigheid) 6.2
Lager: Wereldoriëntatie - Ruimte (oriëntatie- en kaartvaardigheid) 6.3 bis
Lager: Wereldoriëntatie - Ruimte (ruimtebeleving) 6.6
Lager: Wereldoriëntatie - Ruimte (algemene vaardigheden ruimte) 6.11
Lager: ICT - 5
Lager: ICT - 6
Lager: ICT - 7

En verder…

Familie aan de top

Familie staat centraal in dit boek. Doorheen het boek blijft Barnaby tegen alle mensen die hij ontmoet herhalen dat hij terug wil naar huis, ook al stelt men zich hier vragen bij. Welke moeder laat haar zoon zomaar wegdrijven in de lucht? Volgende fragmenten illustreren dit gegeven: pagina 142 en 166. Is familie voor jullie belangrijk? Waarom is familie zo belangrijk? Wat is familie voor jullie? Horen daar vrienden of kennissen bij? Zijn er kinderen die een heel grote, of net heel kleine familie hebben? Zijn daar voor- en nadelen aan verbonden? De kinderen krijgen nu de opdracht om een familieportret of stamboom te maken. Pak het net iets anders aan door hen elk familielid te laten associëren met een voorwerp, dier, schilderij, plant of animatiefiguur. Dit wordt dan de ‘foto’ die ze in de stamboom kleven. Start onderaan de stamboom met een foto van het kind zelf. Plaats broertjes en zusjes op gelijke hoogte. Vertak tot op de derde generatie. Misschien zijn er wel kinderen die nog veel verder kunnen vertakken? Sluit af met een presentatie van hun stamboom.  Nodig ouders en familieleden uit om hen mee te laten genieten van de fantasievolle associaties die de kinderen maakten. 


Eindtermen:
Lager: Muzische vorming - Beeld 1.4
Lager: Muzische vorming - Beeld 1.6
Lager: Muzische vorming - Drama 3.5
Lager: Nederlands - Spreken 2.3
Lager: Nederlands - Spreken 2.6

Klassieke bibliotheek

Barnaby leest veel. Op de titelpagina vind je een stapeltje van zijn boeken. Werk samen met de plaatselijke bibliotheek om de boeken in de klas te halen. Geef ze een apart plekje en noem het  'Barnaby's boekenkast'. Stimuleer de kinderen om in deze echte klassiekers te snuffelen en er fragmenten uit te lezen. Niet elk boek is even makkelijk; geef mee dat Barnaby slechts acht jaar is wanneer hij ze leest. Duidelijk niet doodgewoon!

 


Eindtermen:
Lager: Nederlands - Lezen 3.5