Jeugdliteratuur.org

Als iemand ooit mijn botjes vindt

   

Korte inhoud Als iemand ooit mijn botjes vindt

Ken je deze woorden: ulevel, tempeest, schuiertje, oelewapper of klabak? Het zijn woorden die bijna niemand meer gebruikt maar zo lekker klinken. Jaap Robben vindt het zonde als ze zouden verdwijnen en schreef er gedichten over. Hij maakte van ieder woord een nieuw, niet bestaand dier waardoor deze grappige termen blijven voortleven. Gekke, grappige en soms best rare verzen met al net zo bizarre tekeningen erbij.

Aanzet

Om kinderen te prikkelen, hang je een WANTED poster op gedurende de week voor de activiteit. Op deze poster zijn eerst regenlaarzen (~botjes) te zien. Enkele dagen later vervang je de poster door eentje van dierenbotten (~botjes). Op beide posters staat bovenaan in grote, duidelijke, letters steeds dezelfde zin: "Als iemand ooit mijn botjes vindt...". Op deze manier komen de leerlingen reeds in contact met de dubbelzinnigheid die in de titel verscholen zit. Vertel nog niets over het boek. Geef de posters de tijd een eigen leven te leiden. Luister of er over gepraat wordt en of ze echt prikkelen om ermee aan de slag te gaan. Toon de cover van het boek en schrijf de titel groot op het bord. Hang de WANTED posters opnieuw op en start een brainstorm. De volgende vragen kunnen aan bod komen: Waar denk je aan bij de titel? Waar zou dit boek over kunnen gaan? Wat zie je allemaal op deze cover? Roepen de tekeningen een ander verhaal op dan de titel laat vermoeden of sluiten ze mooi bij elkaar aan? Wat dan? Waaraan zie je dat op de cover? Onder welke omstandigheden zou iemand jouw laarzen kunnen vinden? En wanneer zou iemand jou botten kunnen vinden? Je kan ook het spel spelen 'Als iemand ooit mijn botjes vindt, dan ...' (naar 'ik ga op vakantie en neem mee). Kind één start en zegt de startzin 'Als iemand ooit mijn botjes vindt dan ...' en vult aan met een eigen fantasievolle inval. Kind twee gaat verder door ook de startzin te zeggen, het antwoord van kind één te herhalen, en aan te vullen met zijn eigen antwoord. Dan volgt kind drie, enz..


Eindtermen:
Lager: Muzische vorming - Drama 3.2
Lager: Muzische vorming - Drama 3.4
Kleuter: Nederlands - Luisteren 1.1

Verwerkingsactiviteiten

Ontdekkingsdozen

Om het boek op een creatieve wijze te ontdekken, maak je ontdekkingsdozen van ieder 'dier’. Geef elke doos een nummer. In de dozen stop je materialen die direct of indirect gelinkt zijn aan het 'dier'. Je hoeft niet meteen alle dieren voor te stellen. Biedt er toch voldoende aan om de fantasie te prikkelen. De bijhorende teksten en gedichten verspreid je over de ruimte. Nodig de kinderen uit om op de 'botjestentoonstelling' nieuwe dieren te komen ontdekken. In elke doos ontdekken ze een bijzondere biotoop. Geef de opdracht bij elke doos het juiste dier en tekst te zoeken. Dit doen ze door het nummer van de doos te koppelen aan de naam van een dier. Ze noteren alles op een blaadje papier. Wie vindt alle dieren? Volgende ontdekkingsdozen zijn mogelijk, maar ook van de andere dieren kan je uiteraard kijkdozen maken: (enkele materiaaltips voor in de dozen)

- Het Zefiertje (Gedicht één): Takken en bladeren, kooitjes en hekken (Playmobil, Lego, Selfmade, ...), verschillende kleine dieren en een voederbak met hondenbrokken.

- De Ponjaard (Gedicht twee): Nagels, scherpe voorwerpen (glas, bladrand, geslepen punt van een potlood, een mes, ...), pootafdrukken (klein en groot, in een grote pootafdruk schrijf je in het midden 'ponjaard'), enkele tandafdrukken (kiezen), blauwe vlekken, een stinkende geur

- De Cajoleer (Gedicht drie): Doos vol handen in verschillende maten (van poppenkastpoppen, knuffelberen, uit gips, afdrukken, pootafdrukken, klauwen, handschoenen, ...)

- De Ulevel (Gedicht vier): Binnenkant van de doos vol lijm zodat alles kleeft, verspreidt glitter over de doos, klokken met een duidelijke minuutaanduiding, kaartjes met daarop: '50 minuten', '30 minuten', taartjes, besjes, snoep, verschillende cd’s (eventueel een radio in de doos die al speelt)

- Het Graveeltje (Gedicht vijf): Kiezelsteentjes met een oogje op getekend, pijlen op de wanden die naar beneden wijzen (zodat de kinderen in de doos beginnen zoeken naar iets wat er niet is)

- De Falie (Gedicht zes): Vul de doos tot de rand met water, vishaken, een strandschop en een kleine hark.

- De Avegaar (Gedicht zeven): Een bokaal, blaadjes, foto's van muizen of speelgoedmuizen, ronde gaten in de doos zodat je van buitenaf in de doos kan kijken, gaatjespapier, een perforator en gras

- Het Schuiertje (Gedicht acht): Snoeppapier, lege zak chips, gedeukt blikje frisdrank, allerlei afval, oud kassaticket in een prop, natte krant, stukje rubber(band), lege koekjesdoos, stukje chocolade en lolly.

- Het Dodijntje (Gedicht negen): Doos met zwarte kleding en hoopje zand met een kuiltje in.

- Een Tempeest (Gedicht tien): Doos vol letters, drijvend in vettig water (water, olie en zeep), woordkaarten met nonsenswoorden op de bodem. In de rand schrijf je: 'Wurre mi e frotje son?'

Laat de kinderen kiezen bij welke doos ze willen staan. Om beurt lezen ze het bijhorende gedicht voor. Aan de hand van de inhoud van de doos verwoorden ze hun gevoelens en indrukken over het dier. Vul de woordspin van deze aanzet verder aan. Reflecteer met de rest van de groep over het gedicht en de opgeroepen gevoelens. Zijn er andere meningen? Heeft iedereen het zo begrepen? Is de tekst meteen duidelijk? Welk dier blijft hen bij en maakt het meeste indruk? 


Eindtermen:
Lager: Nederlands - Lezen 3.1
Lager: Nederlands - Lezen 3.5
Lager: Nederlands - Taalbeschouwing (taalgebruik) 6.3
Lager: Nederlands - Taalbeschouwing (taalsysteem) 6.5
Lager: Sociale vaardigheden - domein relatiewijzen 1.5
Lager: Sociale vaardigheden - domein relatiewijzen 1.6

Etymologisch onderzoek


Vertel de kinderen iets meer over de auteurs. Gebruik de volgende websites zodat de kinderen zelf een ID- kaart kunnen opstellen over de auteur en illustrator: www.degeus.nlhttp://jaaprobben.wordpress.com/http://www.merel-benjamin.be/index.php?ill=benjaminwww.jeugdliteratuur.org. Laat de kinderen de ID- kaart aan elkaar voorstellen. Kunnen ze nog informatie aanvullen? Waren er zaken die ze zelf niet hadden gevonden? Misschien vindt iemand wel dat Als iemand ooit mijn botjes vindt, gebaseerd is op Oud- Nederlandse woorden die Jaap Robben en Benjamin Leroy een nieuw leven gaven. Gebruik dit om de term etymologie aan te brengen. Het boek Waar komt dit woord vandaan? van Son Tyberg kan hierbij helpen.

Onderzoek: Wie kent er één van deze 'dieren' in een andere betekenis? Herkent iemand een woord uit zijn eigen dialect of uit een andere context? Vele kinderen zullen dit erg moeilijk vinden. Laat ze opnieuw in hun wetenschappersrol kruipen en enkele dieren/woorden opzoeken via het internet of encyclopedieën. Bijv. via www.encyclo.nl

Ga nu op zoek naar andere Oud-Vlaamse woorden. Zijn er kinderen die thuis nog dialect spreken? Geef ze de opdracht om bij familieleden, buren of kennissen op ‘woordenjacht’ te gaan. Vraag of ze ook meteen de betekenis willen noteren. Luister naar de oogst. [Bijv. uit het Antwerpse: pertang (nochtans (Frans: pourtant)); tember (postzegel (Frans: un timbre)); koer (toilet (Frans: un cour) – misschien omdat dat vroeger vaak een hokje buiten was, op wat we nu het koertje noemen?).] Schrijf de woorden aan het bord, samen met de verklaring. Verdeel de woorden onder de kinderen en vraag er een bijzonder dier van te maken met behulp van potloden, stiften, vetkrijtjes en verf. Bekijk zeker eerst samen de tekeningen van Benjamin Leroy: Hoe werkt hij? Welke materialen gebruikt hij (aquarel en/of ecoline)? Hoe staan zijn illustraties in het blad? Vullen ze het hele blad, werkt hij klein, werkt hij met grote kleurvlakken of eerder gedetailleerd? Dit geeft meteen een mooie kans om een eigen rare-woordenboek te maken. Vorm duo’s, net als de auteurs: tekenaar en schrijver. Elk duo kiest één of meerdere woorden en gaat hiermee aan de slag. Kinderen die snel klaar zijn, laat je de echte betekenis van de woorden opzoeken. Maak een aparte verklarende woordenlijst en voeg toe aan het klaswoordenboek.


Eindtermen:
Lager: ICT - 6
Lager: Muzische vorming - Beeld 1.4
Lager: Muzische vorming - Beeld 1.5
Lager: Muzische vorming - Beeld 1.6
Lager: Nederlands - Lezen 3.1
Lager: Nederlands - Lezen 3.3
Lager: Nederlands - Lezen 3.5
Lager: Nederlands - Taalbeschouwing (taalgebruik) 6.3
Lager: Nederlands - Taalbeschouwing (taalsysteem) 6.5
Lager: Wereldoriëntatie - Tijd (historische tijd) 5.8

En verder…

Lijnenspel


De kinderen krijgen elk een groot tekenblad en twee kleuren wasco. Kies enkele klassieke muziekstukken. Op de muziek laten de kinderen hun beide vetkrijtjes tegelijk over het blad glijden. Als waren hun handen met hun oren verbonden en tekenen ze wat ze horen. Zo ontstaan lijnstructuren. De lijnen die ze vormen, moeten ononderbroken zijn en kruisen elkaar voortdurend. Let er voor op dat de kinderen niet echt gaan ‘tekenen’. Hierna zoeken ze in hun tekening een verborgen dier dat ze een naam geven. Deze naam schrijven ze aan de achterkant van hun blad. Ze maken het gevonden dier duidelijker zichtbaar door de betrokken delen van de lijnencompositie in te kleuren. Vervolgens vorm je duo's. Samen verzinnen ze nu een creatieve verwerking waarin beide dieren aan bod komen. Dit kan een verhaal, gedicht, liedje of rap zijn. Laat hen vrij in wat ze willen ontwerpen of creëren. Sluit af met een toonmoment. Hang de nieuwe dieren op. Je kan ze bijv. allemaal uitknippen en op een groot blad verzamelen, maar ook de originele tekenbladen met het lijnenspel zijn boeiend! Elk duo staat onder zijn dier en brengt zijn verwerking.


Eindtermen:
Lager: Muzische vorming - Beeld 1.4
Lager: Muzische vorming - Beeld 1.5
Lager: Muzische vorming - Beeld 1.6
Lager: Nederlands - Schrijven 4.2
Lager: Nederlands - Schrijven 4.4
Lager: Nederlands - Schrijven 4.7
Lager: Muzische vorming - Muziek 2.1
Lager: Muzische vorming - Muziek 2.3