Jeugdliteratuur.org

Boer Boris gaat naar zee

   

Korte inhoud Boer Boris gaat naar zee

Boer Boris trekt naar zee. Hij neemt zowat heel zijn hele huishouden mee én zijn veestapel. Want ook zijn koeien en varkens hebben recht op een dagje vakantie! De tocht levert een prettig prentenboek op met levendige tekeningen en een vlotte tekst op rijm.
Van ochtend tot avond, van inladen tot uitladen, volgen we Boer Boris en zijn hebben en houden op een vakantiedag. Boer Boris gaat naar zee is pretentieloos en ontspannend kijk- en leesplezier.

Aanzet

Begin met het welbekende spelletje ‘Ik ga op reis en ik neem mee’, maar zeg liever ‘Ik ga naar zee en ik neem mee’. Speel het zonder dat je stilstaat bij wat de kinderen precies zeggen, maar probeer de spullen die ze noemen meteen te onthouden. Met name de meest markante dingen zullen naderhand stof leveren tot gesprek. Welke kleuters noemden niet zo vanzelfsprekende dingen, niet het ‘handdoek-schopje-pet’? Waarom nemen ze dit of dat dan mee? Wat nemen ze sowieso mee als ze uit logeren of met vakantie gaan? En waarom? Mogen ze altijd alles meenemen wat ze willen? Waarom vinden hun ouders van niet? Maak op die manier een bruggetje naar het boek. Boer Boris neemt alle inwoners van zijn boerderij mee, inclusief het meubilair!

 

Verwerkingsactiviteiten

Dieren van vanonder

Knip een groot aantal dierenprenten in twee zodat je dierenonderkanten hebt: een halve romp en twee à vier poten. Die hebben de kleuters nodig om een collage te maken van wadende dieren. Bespreek de helften eerst met de kleuters: kunnen ze raden van wie dat halve lijf en die poten zijn? Een combinatiespelletje met boven- en onderkanten kan natuurlijk ook. Voor de eigenlijke activiteit gaan de kleuters op een groot vel papier, met alle mogelijke tinten binnen het trio wit-blauw-zwart, aan de slag. Ze mengen zelf en schilderen één groot onderwaterlandschap: onderaan vissen en aanverwante, bovenaan mag het een beetje golven. Inspireer ze met de zwemprent van Hopman. In tweede instantie komen de dierenonderkanten op de collage, al dan niet gegroepeerd, ook zoals op de prent van Hopman. Het resultaat is wellicht spectaculair!


Ontwikkelingsdoelen:
Kleuter: Muzische vorming - Beeld 1.3
Kleuter: Muzische vorming - Beeld 1.5
Kleuter: Wereldoriëntatie - Natuur (algemene vaardigheden) 1.2
Kleuter: Wereldoriëntatie - Natuur (algemene vaardigheden) 1.3

In de zandbak en aan de zandtafel

Natuurlijk vraagt dit boek om zand in de klas. Dus haal die spaanderplaat van je zandtafel of verhuis geregeld eens naar de zandbak buiten. De kleuters spelen het verhaal van Boer Boris na aan de zandtafel of in de zandbak: de figuurtjes van de klasboerderij verhuizen dus collectief richting strand. Het zou leuk zijn om daarbij ook een waterpartij te voorzien waarin de plastic beestjes naar hartenlust kunnen poedelen. Tractor en kar mogen natuurlijk niet ontbreken: op die manier kan echt het hele verhaal worden nagespeeld, van aan de boerderij tot op het strand. Als je school over een zandbak beschikt, kunnen de kleuters ook – net als Boris Boer – hun eigen huis proberen na te maken met zand. Geef ze daartoe andere instrumenten dan de klassieke emmertjes en schopjes. Zorg voor vierkante bakken en bakjes, plamuurmessen, troffels en voegspijkers zodat ze een doorsnee Westers huis kunnen sculpteren. Maak ook dat er water ter beschikking is, aangezien je met mul zand geen architecturale hoogstandjes kan neerzetten. Ter inspiratie kan je hen beelden of een filmpje tonen van mensen die zandsculpturen bouwen. Bijv. in dit filmpje, waar het gereedschap duidelijk gedemonstreerd wordt.


Ontwikkelingsdoelen:
Kleuter: Lichamelijke opvoeding - Motorische competenties (groot-motorische en klein-motorische vaardigheden in gevarieerde situaties) 1.28
Kleuter: Lichamelijke opvoeding - Motorische competenties (groot-motorische en klein-motorische vaardigheden in gevarieerde situaties) 1.29
Kleuter: Muzische vorming - Beeld 1.4
Kleuter: Wereldoriëntatie - Maatschappij (sociaal-culturele verschijnselen) 4.5

Nieuw prentenboek: ‘Muis aan zee’

Als je het boek een tweede keer aanbiedt, kan je meer in detail treden. Misschien hebben kleuters bij de eerste lezing het muisje dat zich op elke pagina verschalkt al opgemerkt, maar de meesten wellicht nog niet. Geef de kinderen tijd om naar de prenten te kijken, stel vragen tussendoor naar wat hen zoal opvalt en keer als afsluiter naar dat muisje terug. Vraag de kleuters waar het woont en of de dieren en Boer Boris wel zouden weten dat een muisje hen vergezelt. Naderhand ga je met een klein groepje nog eens rond het boek zitten, maar je zegt dat je het verhaal niet nog een keer zal vertellen: ze mogen het verhaal van Muis zelf reconstrueren, aan de hand van wat ze zien op de verschillende prenten.

Prent één: Muis zit te breien in een laatje in de tafel
Prent twee: Muis zit in de emmer van Boer Boris, richting tractor en kar
Prent drie: Muis stapt op, staat op de onderste tree van het opstapje
Prent vier: Muis heeft zich in het binnenste van de velg van één van de grote tractorwielen geïnstalleerd
Prent vijf: Muis zit op het hoofd van het paard en heeft overzicht over alle passagiers en bagage
Prent zes: Ze zijn vertrokken: Muis zit op de beste plaats, nog steeds tussen de oren van het paard
Prent zeven: Onderweg, zelfde plaats
Prent acht: De dieren trekken de zee in, Muis zit nog steeds op haar plaatsje maar is er merkbaar niet gerust in
Prent negen: Muis blijkt haar schrik te hebben overwonnen: je ziet haar snorkelen tussen de vissen
Prent tien: Muis laat een vlieger op
Prent elf: Muis neemt opnieuw plaats tussen de oren van het paard: huiswaarts
Prent twaalf: Idem, donker

De bedoeling is dat de kleuters zelf een prentenboekje maken, met een titel à la ‘Muis gaat naar zee’. Ze werken vanuit het perspectief van het kleine beestje: van haar gezellige stekje in de tafel van Boer Boris tot haar terugkomst op de boerderij. Je doet dit met maximaal twaalf kleuters, idealiter met zes, en zorgt dat elk kind een scène heeft om op te ‘schrijven’. Nadat de kleuters hun fragment hebben uitgetekend, laat je het hen nog eens verwoorden en schrijf jij dat duidelijk onder het getekende. Op die manier krijg je een spin-off van het oorspronkelijke boek, dat je kan toevoegen aan de boekenhoek.


Ontwikkelingsdoelen:
Kleuter: Nederlands - Lezen 3.1
Kleuter: Nederlands - Schrijven 4.1
Kleuter: Nederlands - Taalbeschouwing 5.2

En verder…

Kleuter Klara

Boer Boris heeft vakantie. Boer Boris gaat naar zee.
In de eerste helft van het boek beginnen alle strofes met deze twee zinnen. Bij de oudste kleuters kan je proberen te spelen met beginrijm (of alliteratie): Boris is boer en daardoor klinkt dat des te beter. Wat zijn beroepen die bij de namen van de kleuters passen? Acrobaat Adil, Aannemer Aagje, Bakker Babs, Danser Dries, Elektricien Evert, Fotograaf Fatima, Groenteboer Gijs, Huisarts Hannah, Kapper Kenji, Imker Ingmar, Jager Yusuf, Kelner Kobe, Landbouwer Lara, Minister Marie-Lou, Naaister Noor, Oogarts Ophélie, Pianist Pedro, Rechter Robin, Schaapherder Silke, Taxichauffeur Twan, Uurwerkmaker Urban, Violist Victor, Winkelier Wiebe, Xylofonist Xander, Ijsjesverkoper Ijsbrand, Zeeman Zias. Als de kleuters het bij hun naam passende beroep gekozen hebben, kan je beginnen spelen met dat zinnetje. Kleuters vullen hun eigen versje naar eigen goeddunken in.

Zeeman Zias heeft vakantie. Zeeman Zias gaat naar zee. Hij neemt …. mee.


Ontwikkelingsdoelen:
Kleuter: Nederlands - Taalbeschouwing 5.5

Ritje op de tractor

Met een bevriende landbouwer in de buurt, is een ritje per tractor of per paard-en-kar nooit ver weg. Het liedje ‘En we gaan nog niet naar huis’ zou je als ‘onderwegliedje’ kunnen aanbrengen in de klas.

Wie is er toe aan vakantie?

Boer Boris is toe aan vakantie, maar hij gunt zijn dieren er ook eentje. Daarom neemt hij ze allemaal mee. Het duurt misschien nog even voor het weer vakantie is. Zijn er kleuters die er al naar uitkijken? Misschien gaan er een paar liever naar school? Kennen ze ook mensen die nooit vakantie hebben? Of mensen die dringend aan vakantie toe zijn, omdat ze zo hard werken of zoveel doen voor anderen?
Wie zouden de kleuters allemaal op hun tractor en kar laden om mee te nemen voor een dagje naar zee? Hun knuffels? Hun lekkere knusse bed ook? Mama en opa misschien? Mag hun konijn mee?
Als verwerking van dit gesprek kunnen ze hun volgeladen vakantiekar tekenen.


Ontwikkelingsdoelen:
Kleuter: Nederlands - Luisteren 1.6
Kleuter: Nederlands - Spreken 2.6
Kleuter: Wereldoriëntatie - Mens (ik en de ander) 3.7