Jeugdliteratuur.org

De frutsels

   

Korte inhoud De frutsels

Meneer en mevrouw Frutsel zijn niet zomaar normale mensen. Meneer Frutsel is de uitvinder van de ontbijttafeltoastmachine, de soeprugzak en nog heel wat meer. In dit boek kom je alles over het gekke koppel en hun bizarre huisdieren te weten. Samen beleven ze allerlei avonturen, want de uitvindingen van meneer Frutsel zorgen ook soms voor problemen...
In dit boek vind je bovendien ook grappige liedjes en vrolijke tekeningen!

Aanzet

Toon de cover van het boek en dek de titel af met een stuk papier. Wat zie je op de tekening? Wat is hij aan het doen? Wat maakt hij? Wie zie je nog op de tekening? Waarover denk je dat het verhaal zal gaan? Welke titel zou er bij het boek passen? Toon en vertel daarna de titel van het boek. Weet je wat frutselen is? Frutselen is friemelen, klungelen, knoeien, prutsen. Frutsel jij soms? Vind je het fijn om te frutselen? Wat zou meneer Frutsel frutselen in het verhaal?


Eindtermen:
Lager: Nederlands - Spreken 2.5
Lager: Nederlands - Strategieën 5.1

Verwerkingsactiviteiten

Beroemd

In hoofdstuk 21 wordt meneer Frutsel beroemd omdat hij de marathon loopt, maar hij doet dit niet op een eerlijke manier. Zijn vrouw loopt mee aan de zijkant en die loopt hem wel uit, maar is niet ingeschreven. De pers komt op bezoek en meneer en mevrouw Frutsel komen in de krant.

Maak in de klas een redactiehoek met een computer of typemachine. Laat de kinderen een klaskrant maken waarin artikels staan over wat jullie samen beleven. Aansluitend bij het thema van de Jeugdboekenweek, kies je ervoor om alleen maar grappige dingen in de krant te verwerken. Doorblader samen een aantal kranten zonder dieper in te gaan op de inhoud van de artikels. Is wat ze daarin zien altijd grappig? Maak kleine groepjes en geef de kinderen de opdracht om in een krant op zoek te gaan naar grappige afbeeldingen. Verzamel ze op een prikbord en laat deze verzameling gedurende de hele Jeugdboekenweek groeien. Elk groepje zoekt een grappige afbeelding en de bijhorende titel of tekst. Nadien wordt de afbeelding zonder verklarende tekst doorgegeven aan een ander groepje. Deze verzinnen er een titel of klein tekstje bij. Later wordt de originele tekst met de gefantaseerde tekst vergeleken.l


Eindtermen:
Lager: Nederlands - Schrijven 4.1
Lager: Nederlands - Taalbeschouwing (taalsysteem) 6.5
Lager: Wereldoriëntatie - Maatschappij (sociaal-economische verschijnselen) 4.1

Bespreking

Vertel het eerste hoofdstuk of laat het beluisteren op cd. Laat daarna ook het lied beluisteren (nummer twee). Wat vind je van het verhaal? Wat vind je van meneer en mevrouw Frutsel? Komt wat je hoorde overeen met wat je verwachtte? Wat denk je dat er nog allemaal zal gebeuren? Wie vindt het een grappig verhaal? Wat is er grappig? Situeer dit boek in het thema van de Jeugdboekenweek ‘Humor’. Laat de kinderen voor zichzelf nadenken wat ze grappig vinden. Ze noteren dit met behulp van woorden of een tekening op een blaadje. Laat ze dit in kleine groepjes aan elkaar vertellen en later brengen voor de hele groep. Naar aanleiding van de voorbeelden die de kinderen geven, kan je hier een gesprek op laten aansluiten waarin je stilstaat bij het woord ‘Humor’. Wat wil dat zeggen? Vindt iedereen hetzelfde grappig? Vertel of laat de verhalen horen op cd doorheen de week.


Eindtermen:
Lager: Nederlands - Spreken 2.5

Emoties

Meneer Frutsel maakt in hoofdstuk 23 tien sneeuwmannen in een razend tempo en voorziet hen van emoties met behulp van sneeuwverf. Ga na het voorlezen of beluisteren van dit hoofdstuk aan de slag rond emoties. Maak twee sets kaartjes: één met gezichtsuitdrukkingen en één met de bijhorende emotie. De kinderen zoeken welk woord bij welk gezicht hoort. Bespreek daarna met de kinderen wanneer ze zich zo voelen. Hoe hebben ze het dan opgelost? Laat kinderen ook emoties uitbeelden en fotografeer ze. Neem enkel een foto van het gezicht zodat ze de emotie duidelijk op het gezicht laten tonen. Druk de foto’s af en maak er bijv. een kwartetspel van. Je kan de klas in groepjes verdelen en hen elk vier emoties geven. Ze krijgen vier gezichten van dezelfde emotie en moeten deze zo snel mogelijk verzamelen en uitspelen.


Eindtermen:
Lager: Nederlands - Spreken 2.7
Lager: Sociale vaardigheden - domein relatiewijzen 1.6
Lager: Wereldoriëntatie - Mens (ik en mezelf) 3.1
Lager: Wereldoriëntatie - Mens (ik en mezelf) 3.2

Frutselen

Laat de kinderen kennismaken met frutselen door een hoek in de klas te voorzien met oud materiaal: een kapotte printer, computer, hout, kapotte cd’s…


Eindtermen:
Lager: Wereldoriëntatie - Techniek (kerncomponenten van techniek) 2.2

Huis

In hoofdstuk 13 heeft meneer Frutsel een nieuw huis. Laat de kinderen een plattegrond namaken van het huis of laat iedereen apart een kijkdoos maken waarin een deel van het huis van meneer Frutsel te zien is. Als je al deze verschillende kijkdozen samenvoegt, bekom je het volledige huis van meneer Frutsel.


Eindtermen:
Lager: Muzische vorming - Beeld 1.4
Lager: Muzische vorming - Beeld 1.6

Lego

Meneer en mevrouw Frutsel spelen graag met lego. Voorzie in de klas een legohoek met plannetjes. De kinderen kunnen zelfstandig de plannetjes volgen en bouwen.


Eindtermen:
Lager: Leren leren - 4
Lager: Wereldoriëntatie - Techniek (techniek als menselijke activiteit) 2.13

Uitvinder

Meneer Frutsel vindt heel wat zaken uit. Plaats in de klas een flipchart of tekentafel. Op pagina 65 in het verhaal zie je dat meneer Frutsel daar ook mee werkt. Laat de kinderen een ontwerp maken voor hun uitvinding. Daarna kan je met hen bespreken welk materiaal ze nodig hebben en de uitvinding laten maken. Maak een tentoonstelling voor de andere klassen en laat de kinderen uitleg geven over hun uitvinding.


Eindtermen:
Lager: Muzische vorming - Beeld 1.5
Lager: Wereldoriëntatie - Techniek (techniek als menselijke activiteit) 2.11

Uitvindingen namaken

In het lied Pieter Peen van Kinderen voor Kinderen worden een heleboel uitvindingen opgesomd. Verdeel de kinderen in groepjes en laat hen een uitvinding namaken.l


Eindtermen:
Lager: Muzische vorming - Muziek 2.1
Lager: Muzische vorming - Beeld 1.5
Lager: Wereldoriëntatie - Techniek (techniek als menselijke activiteit) 2.11

Vriendschap

In het derde hoofdstuk over vriend en vijand vertelt kapitein Jaan dat hij kapitein Karel heeft laten winnen. Hij vindt vriendschap belangrijker dan een wedstrijd. Ga met de kinderen een gesprek aan over vriendschap. Wie zijn jouw vrienden? Zou je hen ook laten winnen? Vind je vriendschap belangrijker dan winnen of niet?l


Eindtermen:
Lager: Nederlands - Spreken 2.7
Lager: Sociale vaardigheden - domein relatiewijzen 1.6
Lager: Wereldoriëntatie - Mens (ik en mezelf) 3.1
Lager: Wereldoriëntatie - Mens (ik en mezelf) 3.2

En verder…

Twaalf-stemmige area

Maak met de kinderen een twaalf-stemmige area over een kind of een leerkracht van de school. Laat jullie muziekstuk horen aan de andere klassen.


Eindtermen:
Lager: Muzische vorming - Muziek 2.2

Personage interviewen

Stel dat meneer Frutsel op bezoek zou komen in de klas. Wat zou je hem zeker willen vragen? Je laat de kinderen een vraag noteren. Iemand mag meneer Frutsel spelen en vooraan in de klas zitten of in de kring op de stoel van de leerkracht. Dit kind leeft zich in in meneer Frutsel en probeert te antwoorden op de vragen. Wissel daarna.


Eindtermen:
Lager: Nederlands - Spreken 2.2
Lager: Nederlands - Spreken 2.6
Lager: Nederlands - Luisteren 1.9

Marathon

Bespreek met de kinderen bespreken wat een marathon inhoudt (42,195 km lopen). Laat hen op internet zoeken welke marathons er bestaan. Spreek met de leerkracht L.O. af om een stukje van een marathon te lopen of een loopwedstrijd te organiseren, al dan niet met een motor aan hun sportschoenen.


Eindtermen:
Lager: Wereldoriëntatie - Brongebruik 7
Lager: Lichamelijke opvoeding - Motorische competenties (groot-motorische vaardigheden en acties in gevarieerde situaties) 1.15