Jeugdliteratuur.org

Henri gaat naar Parijs

   

Korte inhoud Henri gaat naar Parijs

Henri woont in een huisje in een dorp. Het is een fijn huis in een fijn dorp, maar Henri wil ook Parijs wel eens zien. Daar zijn veel meer huizen en bomen en bussen en parken dan in zijn dorp. Op een dag vertrekt Henri. Maar weet hij de juiste weg wel?

Aanzet

Zet een koffer in het midden van een kring en vertel aan de kinderen dat je op reis bent geweest naar een stad. Je hebt enkele voorwerpen meegebracht: een foto of een beeldje van de Eifeltoren, een Frans woordenboek, een knuffel van Disneyland, een metroplan of metroticket, een foto van de Notre Dame… De kinderen raden over welke stad het gaat. Vraag wie er al in Parijs is geweest en wat ze daar gezien hebben. Je vertelt hen dat Henri graag naar Parijs wil gaan. Toon de cover van het boek en laat de kinderen vrij reageren.


Eindtermen:
Lager: Wereldoriëntatie - Ruimte (oriëntatie- en kaartvaardigheid) 6.3 bis
Lager: Nederlands - Spreken 2.5

Verwerkingsactiviteiten

Teken Reboul en Parijs

Geef de kinderen een wit blad papier. In het midden trekken ze een lijn zodat hun blad in twee gelijke delen is verdeeld. Teken een blad op het bord dat in twee verdeeld is en schrijf aan de ene kant Reboul en aan de andere kant Parijs. De kinderen gaan tekenen wat ze horen zodat ze een zicht krijgen op hoe Reboul en Parijs eruit zien. Lees het verhaal voor zonder de illustraties te tonen. De kinderen tekenen zelf de bussen, de kerken, de bomen, de dierentuin en de mensen. Wanneer je op de pagina bent waar Henri vertrekt naar Parijs, stop je de opdracht.

Ga dan met de kinderen in de kring zitten en bespreek de tekeningen. Welke stad zou het grootst zijn? Wat is het verschil tussen Reboul en Parijs? Waar zou jij het liefst willen wonen?


Eindtermen:
Lager: Nederlands - Luisteren 1.5
Lager: Nederlands - Spreken 2.5
Lager: Muzische vorming - Beeld 1.6

Illustraties

Lees de rest van het boek voor, toon de tekeningen aan de kinderen en bespreek het verhaal.

Wat vond je mooi aan het boek? Zou Henri weten dat hij niet in Parijs is geraakt?
De humor zit in het feit dat wij als lezer halverwege het verhaal meer weten dan het hoofdpersonage zelf. Hadden de kinderen dit door?

Wat vind je van de tekeningen? Hoe ziet Henri eruit? De illustrator tekent Henri niet in zijn geheel. Je weet dus niet hoe hij eruit ziet. Laat de kinderen fantaseren over Henri door te vertellen.


Eindtermen:
Lager: Nederlands - Spreken 2.5
Lager: Muzische vorming - Beeld 1.4

Symbolen en vormen

Toon de pagina waar Henri vertelt wie in Reboul woont: de bakker, postbode… Laat de kinderen kijken naar de tekeningen en zeggen wie welke figuur is. Zonder dat de personages helemaal getekend zijn, kan je toch weten welke figuur de illustrator bedoelt. Bespreek met de kinderen welk positief symbool past bij de kinderen van de klas. Start het gesprek door te vragen waar de kinderen goed in zijn. Bespreek daarna voor elk kind een symbool, bijv. loopschoenen voor iemand die goed kan lopen.  Laat ze daarna het symbool tekenen voor zichzelf of voor elkaar. Maak een collage met alle symbolen van de kinderen en geef het een zichtbare plaats in de klas. Je kan de symbolen verder gebruiken doorheen het schooljaar voor allerhande activiteiten.


Eindtermen:
Lager: Muzische vorming - Beeld 1.5
Lager: Sociale vaardigheden - domein relatiewijzen 1.2

Halve prenten

Zorg voor een aantal kopieën van prenten uit het boek en knip ze in de helft. Bezorg de kinderen een halve prent en laat hen die tekenend aanvullen, gebruik makend van dezelfde eenvoudige vormen. Je kan dit ook doen met stukken tekst waarbij de zinnen niet meer volledig zijn. De kinderen kunnen de zinnen terug aanvullen. Later vergelijken ze de resultaten met elkaar en vergelijken ze de eigen creaties met de oorspronkelijke tekeningen en zinnen in het boek.


Eindtermen:
Lager: Muzische vorming - Beeld 1.6
Lager: Nederlands - Taalbeschouwing (taalsysteem) 6.5
Lager: Nederlands - Schrijven 4.8

Filosoferen

Hou met de kinderen een filosofisch getint gesprek over het boek. Je kan vragen stellen zoals: Kun je houden van een stad? Kun je een stad ook niet leuk vinden? Kun je je in een stad thuis voelen? Wat betekent thuis voelen? Denk je dat Henri zich thuis voelt in zijn stad? Hoe weet je dat? Als je inspiratie zoekt voor vragen, kan je altijd het boek 49 filosofische vragen voor kinderen raadplegen. Ook Oh wat mooi is Panama van Janosch gaat over dit thema en kan je hiervoor gebruiken.


Eindtermen:
Lager: Nederlands - Spreken 2.7
Lager: Sociale vaardigheden - domein relatiewijzen 1.6
Lager: Wereldoriëntatie - Mens (ik en mezelf) 3.1

En verder…

Poster

Zorg voor een aantal posters van films en bespreek deze met de kinderen. Wat ligt er hier in de kring? Wat zie je op een poster? Waarvoor dient een poster? Hoe zijn de letters op een poster?’

Laat de kinderen de kenmerken van een poster bespreken. Je zorgt voor een duidelijke afbeelding met grote letters want een poster dient om reclame te maken. Geef de kinderen de opdracht dat ze een poster mogen maken over het boek Henri gaat naar Parijs. Je zorgt voor grote vellen papier en je laat de kinderen met stempels, schildergerief of stiften aan het werk gaan.


Eindtermen:
Lager: Nederlands - Spreken 2.5
Lager: Nederlands - Strategieën 5.1
Lager: Muzische vorming - Beeld 1.2
Lager: Muzische vorming - Beeld 1.4
Lager: Muzische vorming - Media 5.5

Personages

In het boek vertelt Henri over zijn drie beste vrienden: André, Jacques en Michel. Laat de kinderen verder fantaseren over hoe Henri en zijn vrienden eruit zien. Geef hen daarna een heleboel foto’s uit tijdschriften. Zorg voor uiteenlopende types van mensen: klein en groot, jong en oud en van uiteenlopende origine. Laat de kinderen nadenken over hun leeftijd, wat ze graag eten en hun lievelingskleur. De kinderen kunnen in groepjes werken of alleen. Ze voorzien foto’s van de personages en vertellen er de informatie bij die ze besproken hebben. Laat de groepjes dit aan elkaar voorstellen. Bespreek met de kinderen dat dit fantasie is en zorg ervoor dat ze geen vooroordelen krijgen.


Eindtermen:
Lager: Muzische vorming - Beeld 1.2
Lager: Muzische vorming - Beeld 1.5
Lager: Sociale vaardigheden - domein relatiewijzen 1.2
Lager: Sociale vaardigheden - domein relatiewijzen 1.6

Bibliografie

Peinzen: 49 filosofische vragen voor kinderen - Richard Anthone (Acco, 2006)
Oh wat mooi is Panama – Janosch (Lemniscaat, 2005)