Jeugdliteratuur.org

Roodkapje was een toffe meid

   

Korte inhoud Roodkapje was een toffe meid

Je denkt natuurlijk dat je alle sprookjes kent. Maar in dit boek hebben de sprookjes wel wat verrassingen in petto. Roodkapje trouwt met de jager – een dappere, Turkse man – en de wolf wordt het bruidsmeisje. De prins van Doornroosje neemt het op tegen een concurrent die met een helikopter op het dak van haar paleis landt. Sneeuwwitje woont liever samen met de zeven dwergen dan met een smakkende prins. En Assepoester valt simpelweg niet op mannen…
De makers van dit leuke boek hebben de sprookjes op rap en op rijm gezet, op de cd bij het boek kan je ze op muziek beluisteren.

Aanzet

Je vraagt aan de kinderen welke sprookjes ze kennen. Laat dit op het bord noteren totdat je een tiental verschillende titels op het bord hebt staan. Zorg dat je sprookjes hebt die heel wat kinderen in de klas kennen. Hier kies je best de klassieke sprookjes: Assepoester, Roodkapje, Sneeuwwitje,… Zet nu de kinderen per twee en laat ze een sprookje van op het bord kiezen. Spreek af welke leerling van het duo gaat beginnen. Je zet een keukenwekkertje en zegt: Er was eens… De eerste leerling van het duo begint het sprookje te vertellen tot het wekkertje gaat. Een minuut is zeker voldoende. Nadien vult de andere leerling aan. Doe dit tot de kinderen aan het einde van het sprookje zijn. Houd hierna een klasgesprek en stel vragen zoals: Kende je het sprookje voldoende? Hoe komt dat (niet)? Wist je nog hoe het sprookje afliep of verzon je zelf het einde? Waarom denk je dat je dit zomaar uit je hoofd kan vertellen? Kon jouw partner het sprookje goed aanvullen? Vond je jouw partner een boeiende verteller en waarom? Denk je dat sprookjesfiguren echt bestaan? Waarom wel/niet? Moest jij een sprookjesfiguur zijn, wie zou jij dan kiezen en waarom? Als je met de hele groep gelijktijdig wil werken, laat je de kinderen plaatsnemen in een kring. Kies samen een sprookje uit. Om de beurt vullen de kinderen een stukje van het sprookje aan, minstens één zin of hoogstens vijf zinnen. In de nabespreking zullen ze vaststellen dat het niet altijd makkelijk is om juist te weten hoe het sprookje nu werkelijk afliep. Dat is een ideaal moment om de sprookjes nader te bekijken aan de hand van het boek dat je voorstelt. Vertel dat je een tof sprookjesboek vond en het graag aan de kinderen wil voorstellen. Toon de cover en laat de titel voorlezen.


Eindtermen:
Lager: Nederlands - Spreken 2.5
Lager: Nederlands - Spreken 2.6

Verwerkingsactiviteiten

Alle zinnen op een rij

Kopieer pagina 6-7 van Roodkapje en knip de zinnen uit in strookjes. Steek deze acht zinnetjes in een envelop en noteer de naam van het sprookje op de voorkant van de envelop. Doe hetzelfde met

pagina 12-13 van Sneeuwwitje, pagina 18-19 van Hans en Grietje, pagina 24-25 van Doornroosje, pagina 30-31 van De wolf en de zeven geitjes, pagina 36-37 van Repelsteeltje en pagina 42-43 van Assepoester. Maak groepjes van maximum vier kinderen per envelop en voorzie voor elk groepje een groot blad en een lijmstift. Laat de kinderen nu op zoek gaan naar de volgorde van het verhaal door de zinnetjes onder elkaar te leggen. Als ze klaar zijn, mogen ze deze op het grote blad kleven. Voorzie een bijkomende opdracht voor wie snel klaar is, zoals: de titel van het verhaal bovenaan noteren in kleurrijke letters, een passende illustratie tekenen onderaan het blad, samen oefenen op een gepaste manier om het sprookje voor te lezen voor de andere kinderen of een aantrekkelijk tekstje over het sprookje bedenken om het aan te prijzen bij andere lezers (zoals op de achterflap van een boek).


Eindtermen:
Lager: Nederlands - Lezen 3.5

Sprookjesquiz

Organiseer een sprookjesquiz waarbij de kinderen in groepjes samenzitten en zo goed mogelijk de vragen beantwoorden. Stel de vragen aan de volledige klasgroep. Het gaat om luisteropdrachten dus spreek af hoeveel keer je de opdracht zal zeggen. Je kan deze quiz in drie rondes spelen: een tekstronde, een illustratieronde en een muziekronde.

De tekstronde

Uit welk sprookje komen de volgende zinnen:

-Vraag één: ‘Op een dag kwam er een prins op een hagelwit paard. Die raakte door haar schoonheid totaal van de kaart. Maar hij wist te relaxen en kuste haar bedaard. Wat prikte die baard! …. werd wakker’. Antwoord: Sneeuwwitje

-Vraag twee: ‘Ze ging weg en die wolf stak z’n poot door de deur. Hij praatte als een geit, ’t was een goeie acteur. ‘Ik ben jullie moeder,’ zei hij met die grote scheur. Maar de geitjes zeiden: ‘Doeg! Jij hebt niet de goeie kleur.’ Antwoord: De wolf en de zeven geitjes

-Vraag drie: ‘Anemoon was de dochter van een trotse molenaar. Die riep uit: ‘Hé, mijn dochter, die krijgt alles voor elkaar!’ ‘Is dat waar?’ zei de koning, ‘Nou, vraag haar dan maar of ze goud voor mij kan spinnen uit een berg paardenhaar’. Antwoord: Repelsteeltje

De illustratieronde

Kijk goed naar de illustratie en zeg me uit welk sprookje deze prent komt:

-Prent één: pagina 16. Antwoord: Sneeuwwitje

-Prent twee: pagina 8. Antwoord: Roodkapje

-Prent drie: pagina 22. Antwoord: Hans en Grietje

De muziekronde

Luister naar het lied en vul de naam van een sprookjesfiguur in op de beep! Als leerkracht kan je de tekst meevolgen in het boek.

-Fragment één: Nummer één op de cd Van ‘BEEP! was een toffe meid…’ tot ‘…een rugzak met appelpannenkoeken.’ Antwoord: Roodkapje

-Fragment twee: Nummer zeven op de cd. Van ‘Er was eens een meisje en ze heette BEEP!...’ tot ‘…die twee verwende nesten.’ Antwoord: Assepoester

-Fragment drie: Nummer vier op de cd Van ‘BEEP! was een schoonheid…’ tot ‘…dus gekrenkt in haar ziel. ’Antwoord: Doornroosje

 

Als tiende vraag mag elke groep een sprookjesvraag verzinnen. Ze zorgen ook dat ze het antwoord kennen. Deze vraag wordt nadien aan de overige groepjes gesteld.


Eindtermen:
Lager: Nederlands - Spreken 2.5
Lager: Nederlands - Spreken 2.7

The end

Als je kiest om verder te werken aan de opdracht ‘Alle zinnen op een rij’, heb je enkel nog een lijntjesblad en schrijfmateriaal nodig per groep. Je kan er ook voor kiezen om dit deel over te slaan. Dan heb je een kopie nodig van alle eerste pagina’s van de sprookjes. Maak groepjes van maximum vier kinderen per blad en voorzie een lijntjesblad en schrijfmateriaal per groep. Verdeel de taken in het groepje. Zo kan er best een tijdsbewaker zijn. De secretaris noteert alles. De woordvoerder brengt verslag uit en de materiaalmeester zorgt dat alles netjes bij jou terechtkomt. Elke groep krijgt een ander sprookje. Je laat de kinderen eerst in groep het blad lezen. Laat ze nu fantaseren hoe het verhaal zou kunnen aflopen. Ze mogen vrij een einde kiezen. Moedig ze aan om creatief te denken. De secretaris kan als houvast enkele kernwoorden noteren. Als laatste opdracht, laat je de groep acht zinnen bedenken waarbij de eerste vier zinnen rijmen en de laatste vier zinnen, net zoals in het boek. Dit vormt het einde van het sprookje. Wijs je kinderen erop dat het dus heel beknopt moet zijn. De woordvoerder van elke groep leest op het einde het volledige sprookje voor aan de klasgroep.


Eindtermen:
Lager: Sociale vaardigheden - domein samenwerking 3
Lager: Muzische vorming - Drama 3.3
Lager: Nederlands - Schrijven 4.8

En verder…

Maak je eigen rap

Laat je kinderen enkele liedjes op de cd horen en laat ze nadien zelf proberen een passende rap te vinden voor De kleine zeemeermin. Je kan ook zelf een tekst verzinnen met de klas. Schakel muziekinstrumenten in. Het verhaal van De kleine zeemeermin zou er eventueel zo kunnen uitzien:

‘Op een rots bij volle maan

zat een zeemeermin.

Loes was haar naam.

Ze leefde in de zee Hiervervandaan.

-Correct gezien, was het een oceaan.-

Loes hield wel van stranden

waar vreemde mannen op landden.

Af en toe redde z’er eentje met haar tanden.

Zoals onlangs, Jef Van der Zanden.

’t Was echt geen gezicht:

Jef met dat beenloos wicht

Maar ach, liefde op het eerste gezicht

is waar iedereen voor zwicht.

Toen wou ze op haar eigen benen staan.

en is ze naar een vreemde heks gegaan.

Jef heeft haar altijd goed bijgestaan

en toen was het verhaaltje gedaan.’


Eindtermen:
Lager: Muzische vorming - Muziek 2.2
Lager: Muzische vorming - Muziek 2.4

Sprookjesdrama

Als je over veel tijd beschikt, kan je de kinderen de sprookjes uit het boek laten naspelen. Ze kunnen zelf in de huid van de verschillende personages kruipen maar ze kunnen evengoed kiezen voor een poppenspel of schimmenspel. Dit kan je eventueel als toonmoment voor andere klassen of ouders doen. Een voorbeeld van zo een schimmenspel kan je hier vinden.