Jeugdliteratuur.org

Een boek dat ruikt, klinkt en bruist als de stad

Wij samen op stap

   

Korte inhoud Wij samen op stap

Mama konijn gaat 's ochtends vroeg met de kinderwagen op stap in de stad. Onderweg komen ze langs de markt, het station, een schoolplein, het ziekenhuis en de boekenwinkel. Op de vrolijk gekleurde, humoristische illustraties is van alles te zien en te ontdekken. Voor heel wat uurtjes kijk- en leesplezier!

Voor het lezen

Aan tafel

  • Tijd 15 minuten
  • Domein Taal/Muzische
  • Nederlands niveau 1-4
  • Moeilijkheidsgraad *

Speel een tafelpoppenspel met moeder Konijn en haar zoontje als personages. Breng op die manier de prelude aan zoals Leo Timmers die voor en na de titelpagina suggereert: het kleine knaagdiertje dat wakker wordt in zijn eigen bedje en even later – met konijnenknuffel in de hand – vol enthousiasme mama wakker maakt om op stap te gaan, de stad in.
Gebruik een laag tafeltje, twee poppenbedjes, een groot en een klein knuffelkonijn en verzin zelf op voorhand tekst bij de illustraties. Hoe klinkt het jonge konijntje? Hoe klinkt slaperige mama? Werk gerust uit met voldoende body: doordat poppenspel minder voorkomt in de kleuterklas, genieten kinderen er des te meer van.

Nodig:

2 konijnenknuffels, 2 speelgoedbedjes


Ontwikkelingsdoelen:
Kleuter: Nederlands - Luisteren 1.5

Tijdens het lezen

Vertellen en voorlezen

Wij samen op stap is op rijm: Bart Moeyaert vertaalde en bewerkte het Franse origineel. Het is echter enkel in een expliciet taalsterke klas aangewezen bij de eerste boekaanbieding de letterlijke rijmtekst voor te lezen. Te veel struikelblokken in woordenschat en formulering zouden het verhaalbegrip belemmeren. Grosso modo is het beste om rijmende verhalen die je – en dat is absoluut een aanrader – meerdere keren aanbrengt, eerst zonder rijm te vertellen. Je brengt dus je eigen bewerking van de tekst van Bart Moeyaert, je vertrekt van zijn woorden, maar je stoffeert en vult aan. Als je voelt dat de kleuters het verhaal en zijn wezenlijke woordenschat mee hebben, lees je het – meermaals – voor met al het lekkere rijm erop en eraan.


Ontwikkelingsdoelen:
Kleuter: Nederlands - Luisteren 1.5
Kleuter: Nederlands - Taalbeschouwing 5.5

Na het lezen

Wij samen op stap!

  • Tijd 50 minuten
  • Domein Lichamelijke Opvoeding/Muzisch
  • Nederlands Niveau 1-4
  • Moeilijkheidsgraad **

Uiteraard ligt een stadswandeling met de klas, waarbij je langs de equivalenten van de locaties uit het prentenboek gaat, voor de hand.
Die stadswandeling kun je opnieuw doen beleven in de sportzaal door van het boek een bewegingsverhaal te maken. Dat doe je door de verhaal van het boek te reduceren tot een aantal gebeurtenissen die makkelijk om te zetten zijn in een opdracht lichamelijk opvoeding. Op die manier maak je van het verhaal een parcours en worden de kleuters de personages: het is een werkvorm die kinderen helpt om de essentie van het verhaal aan den lijve te ondervinden.
Belangrijk daarbij is wel dat de kleuters er zich op het parcours van bewust zijn, dat ze het verhaal aan het (her)beleven zijn. Licht de afzonderlijke opdrachten dus telkens toe aan de hand van de gelinkte scène in het boek. Om op die beleving te focussen helpt het alvast als je een kopie van de prent waarover het gaat bij de post in het parcours te hangen. Gebruik bij de toelichting ook woordenschat uit het boek en verwijs naar de personages uit het verhaal.

Startpunt: bed van mama.
Dit is een dikke matras. We lopen er op onze tippen naar toe en springen en roepen dan net zo lang tot mama konijn – je hebt de knuffel van je tafelpoppenspel bij je – wel wakker moèt worden.

Opdracht 1: samen op de bus
De bus rijdt voorbij terwijl mama en konijn aan het wakker worden zijn. De voorste kleuter is de buschauffeur, achter hem/haar twee rijen passagiers die het tempo van de bestuurder moeten volgen.

Opdracht 2: de struik moet gesnoeid
Iets verder in het boek zien we Everzwijn zijn struik snoeien. Met grote en kleine, hoge en lage, brede en smalle knipbewegingen met beide armen, helpen we Everzwijn een pootje.

Opdracht 3: de markt
Op de markt zien we hoe de muizen van het kaaskraam een toren van stukken kaas maken. Met kartonnen dozen van verschillend grootte doen we hetzelfde: de grote onderaan, de kleine van boven, zo hoog mogelijk tot hij af is, of omvalt…

Opdracht 4: het schoolplein
Centraal op het schoolpleintje zien we Giraf die touwtje springt. Met een groot touw en een extra collega probeer je uit hoeveel kleuters tegelijkertijd touw kunnen springen.

Opdracht 5: brandweer
Er is brand bij Schaap. Kleuters klimmen tot aanvaardbare hoogte op het klimrek, zoals op een brandweerladder. Stukken touw in de buurt kunnen als brandweerslang dienen.

Opdracht 6: het riool
Werkman Muis komt uit de rioolput gepiept. Plastic speelbuizen kunnen als stadsriolering dienen: kleuters klauteren erin, erdoor en er weer uit. Misschien wel met een gele helm op, net als muis…

Opdracht 7: met boeken op stap
Hier en daar in het prentenboek kunnen we arme Schildpad volgen die hoe langer hoe meer boeken op zijn rug torst. Uiteindelijk komt hij aan bij de bibliotheek en blijkt hij als een soort boekenkruier andermans boeken terug te brengen. Houd een evenwichtsoefeningetje waarbij kleuters met zoveel mogelijk boeken op hun schild (op hun rug, op hun hoofd) zich van een punt naar een ander moeten verplaatsen.

Einde: standbeeld
We rusten uit, net als de beide konijntjes, bij het standbeeld. De kleuters kiezen allemaal een dier uit het boek en veranderen in het standbeeld van dat dier.

Differentiatiemogelijkheid

Binnen verschillende posten kan je graderen.
Bijvoorbeeld:
opdracht 3: de grootte van de dozen en het aantal dozen; opdracht 4: touwtje springen kan je vervangen door de wip (als je die veilig kunt construeren); opdracht 5: het ontwikkelingsniveau van de kleuters bepaalt hoe hoog ze het klimrek op mogen; einde: in plaats van dat elke kleuter een dier kiest, doen jullie collectief een olifantenstandbeeld, een konijnenmonument… na.

Nodig:

  • - gymmatrassen
  • - kruipbuizen
  • - kartonnen dozen in alle formaten
  • - springtouw
  • - klimrek
  • - dikke touwen (brandslang)
  • - grote mensenboeken met harde cover
  • - prenten uit het boek

Ontwikkelingsdoelen:
Kleuter: Lichamelijke opvoeding - Motorische competenties (zelfredzaamheid in kindgerichte bewegingssituaties) 1.1
Kleuter: Lichamelijke opvoeding - Motorische competenties (groot-motorische en klein-motorische vaardigheden in gevarieerde situaties) 1.33
Kleuter: Muzische vorming - Beweging 4.2

Brood van Bruin

  • Tijd 25 minuten
  • Domein Taal/Muzisch
  • Nederlands Niveau 4
  • Moeilijkheidsgraad ***

De bakkerij in dit prentenboek wordt gerund door een bruine beer en heet Brood van Bruin, de kapperszaak heet Kapper Knapper, het viskraam Zee & Zoon: een leuk spel met alliteraties.
Ga op zoek naar meer afbeeldingen van winkels, etalages, kraampjes uit een stadsomgeving. Kies ze zo uit  dat uit de foto’s duidelijk op te maken valt wat er verkocht wordt.
Naar analogie met de vrolijk allitererende winkels bij Timmers en Moeyaert, mogen de kleuters ook voor deze handelszaken klinkende namen bedenken.
Een voorzetje, ter inspiratie…

  • Boekhandel:    De Boekenboetiek
  • Frietkraam:      Frietjes van Fritz
  • Groentezaak:   Gerda’s gezonde groentewinkel
  • Hotel:              Hosni’s hotel
  • Pitazaak:          Pita van Pinar
  • Schoenwinkel: Schone Schoenen
  • Slagerij:           Vlees bij de vleet
  • Snoepwinkel:  Zoetjes en zuurtjes

Dit is een werkvorm voor de oudste kleuters en om het niet louter verbaal te houden maar de letters waarover het gaat ook te visualiseren, kan je de kleuters de opdracht geven de beginletter van de winkel waarvoor ze een Nieuwe Naam bedenken te tekenen, uit te scheuren of –knippen, te schilderen. Ook de winkel zelf kunnen ze tekenen en jij kan er ten slotte de allitererende naam bij noteren. Met alle tekeningen maak je vervolgens ofwel een Verrassende Vernissage ofwel een Wervelende Winkelcatalogus voor in de boekenhoek.

Differentiatiemogelijkheid

Bij kleuters die minder bedreven zijn in taalspel kan je explicieter zelf winkels suggereren waarbij ze slechts een naam moeten zoeken met dezelfde beginklank. Als instap kan werken met eindrijm dienen, dat is makkelijker dan stafrijm (alliteratie): Vis van Kris, Snoep bij Youp, Friet Piet,…

Nodig:

  • - afbeeldingen van herkenbare etalages, winkels, kraampjes
  • - teken- en schrijfspullen

Ontwikkelingsdoelen:
Kleuter: Nederlands - Schrijven 4.2
Kleuter: Nederlands - Taalbeschouwing 5.5

Elk dier zijn kraam

  • Tijd 25 minuten
  • Domein Taal/Wero
  • Nederlands Niveau 3-4
  • Moeilijkheidsgraad **

Op de markt verkopen de muizen kaas en de honden botten. Die koppeling wordt niet consequent doorgetrokken, maar het is in elk geval een koddig gegeven waarop je met kleuters verder kunt borduren. Muizen runnen een kaaswinkel, honden een bottenwinkel, welke dieren zouden nog meer geknipt zijn om een welbepaald handeltje te drijven?
Poezen een viswinkel? Eksters een juwelenzaak? Pinguïns een ijssalon? Haaien een mensenvleesspeciaalzaak?
Laat de kleuters het resultaat van hun associatiedrift uittekenen en schrijf erbij welke winkel er staat.

Differentiatiemogelijkheid

Bij wijze van uitbreiding en verwerking kan je aan de hand van hun vondsten en tekeningen nog een dramaspelletje doen: de kleuters worden dier-winkelier en tijdens korte rollenspelletje in de kring wordt duidelijk wie wat verkoopt. Hun tekening komt op die manier tot leven.

Nodig:

teken- en schrijfspullen

 


Ontwikkelingsdoelen:
Kleuter: Wereldoriëntatie - Maatschappij (sociaal-economische verschijnselen) 4.1
Kleuter: Wereldoriëntatie - Natuur (levende en niet-levende natuur) 1.4
Kleuter: Nederlands - Spreken 2.10
Kleuter: Muzische vorming - Drama 3.2

Stads- en dorpsplan

Tijd 50 minuten (twee keer)

Domein Taal/Wero

Nederlands Niveau 3-4

Moeilijkheidsgraad ***

Zorg dat je in het bezit geraakt van het plan van de stad of het dorp waar de school zich bevindt. Accentueer of teken waar de school ligt en geef ook andere herkenningspunten duidelijk aan: plekken waar zowat elke kleuter dagelijks langs moet en die zich dicht bij de school bevinden (kerk, benzinestation, plein, sporthal,…). Zorg ook voor een konijnenstokpopje en geef het een huisje enkele straten verder dan de school.
Maak kleine getekende versies van de meest herkenbare locaties uit het boek zoals er bovendien ook in de buurt van de school te vinden zijn. Bevestig ze aan een prikker zodat ze op de kaart kunnen worden aangebracht. Voor je met het plan in de klas aan de slag gaat, maak je met je kleuters een wandeling die je vooraf goed hebt uitgekiend zodat ze een aantal plaatsen uit het boek van Timmers aandoen. Je neemt het plan mee en duidt onderweg aan hoe jullie zijn gelopen en waar zich de bieb, de bakker, het station, … precies bevindt. Neem ook voor elk gebouw een duidelijke kopie uit het prentenboek mee: zodra je het ‘in het echt’ hebt gevonden, geef je zo’n prent aan een kleuter om te bewaren tijdens de tocht.
Terug in de klas probeer je de wandeling op de kaart te reconstrueren en geef je de route met pen aan op het plan. Kleef de kaart eerst op een stuk piepschuim zodat je er dingen in kan prikken. Kunnen de kleuters nu aangeven welk gebouw ze eerst tegen kwamen? Wie kreeg er als eerste een prent van het gebouw mee? Waar op de route liggen de bieb en het marktplein ongeveer? Het helpt wellicht als je vanuit de kleuters met hun prent vertrekt: laat ze samen de juiste volgorde bepalen – alle kleuters op een rijtje – en schakel dan pas over naar het plan.
Het is een activiteit – de route achteraf heropbouwen met de kaart – die je misschien veeleer met een klein groepje kleuters doet, gezien de betrekkelijk hoge moeilijkheidsgraad.

Nodig:

  • - duidelijk plan van de buurt van de school
  • - herkenbare kopieën van de gebouwen uit het boek
  • - verkleinde afbeeldingen om op de kaart te prikken
  • - plaat piepschuim of een grote karton

Ontwikkelingsdoelen:
Kleuter: Wereldoriëntatie - Ruimte (ruimtelijke oriëntatie) 6.6
Kleuter: Wereldoriëntatie - Ruimte (ruimtelijke ordening) 6.9
Kleuter: Wiskundige initiatie - Ruimte (initiatie op meetkunde) 3.2

Versje

  • Tijd 25 minuten
  • Domein Taal
  • Nederlands niveau 3-4
  • Moeilijkheidsgraad ***

Het volgende versje kan je zo voorlezen, maar je mag het ook zien als een aanvulgedicht, waarbij de cursief gedrukte verzen wegvallen en je die zelf of met de kleuters invult, naar aanleiding van een stadswandeling of andere stedelijke ervaringen. Rijmt het wat minder, maar is het wel lekker ritmisch? Ook goed. Twee regels in plaats van drie? Prima!

in de stad hoor je altijd wat
honderden stemmen
auto’s die remmen
deuren die klemmen

in de stad hoor je altijd wat

in de stad ruik je altijd wat
versje gebakjes
plasjes en kakjes
en volle vuilnisbakjes

in de stad ruik je altijd wat

in de stad zie je altijd wat
kabels en buizen
heel hoge huizen
poezen en muizen

in de stad zie je altijd wat

(Stijn De Paepe)


Ontwikkelingsdoelen:
Kleuter: Nederlands - Spreken 2.13
Kleuter: Nederlands - Taalbeschouwing 5.5

Lezen in laagjes

  • Tijd 25 minuten (meermaals)
  • Domein Taal
  • Nederlands Niveau 3-4
  • Moeilijkheidsgraad **

Een beetje zoals in Picknick met taart van Thé Tjong-Khing kunnen we naast de hoofdpersonages tal van nevenpersonages volgen tijdens hun uitje door de stad. Schenk daar, tijdens verschillende vertelbeurten of met enkele kleuters apart in de boekenhoek, voldoende aandacht aan. Welk traject legt de-slang-met-het-taartje af? Vanwaar komt al die maïs ineens? Hoe ver jogt het joggende luipaard?
Wat je kan doen om het voor de kinderen voldoende volgbaar te maken: kopieer en plastificeer alle personages die meermaals voorkomen in het boek en laat de kleuters er blindelings eentje nemen. Vervolgens gaan ze op zoek naar hun ‘mannetje’ in het boek en verwoorden ze wat er zoals mee gebeurt. Als differentiatiemogelijkheid kan je kinderen die nood hebben aan taalactivering zelf begeleiden. Maar je kan ook duo’s samen laten zoeken en vertellen aan elkaar.

Nodig:

- gekopieerde en geplastificeerde personages uit het boek


Ontwikkelingsdoelen:
Kleuter: Nederlands - Lezen 3.1
Kleuter: Nederlands - Lezen 3.4

Ringelingen en tietatoeten

  • Tijd 15 minuten (meermaals)
  • Domein Taal
  • Nederlands Niveau 4
  • Moeilijkheidsgraad **(*)

De schoolbel van Moeyaert ringelingt en de brandweer tietatoet. Op dat elan kunnen kleuters wellicht ook andere geluidswerkwoorden verzinnen.
Koe die iepe-iepe-iept zodat haar maïs met een schok haar laadbak uit vliegt.
Everzwijn die de struik knipknapt.
De veegwagen die wiswast en de viool van Kikker die zingzangt (of kriskrast)?

Sowieso is dit een boek waarbij taalexpressie en geluidenspelletjes voor de hand liggen. Hoe klinken de gierende banden van de vrachtwagen van Koe? En wat hoor je als Mol de ene na de andere appel uit de boom van Ezel oppeuzelt? Hoe klinkt het plantenspuitje van Kat tegenover de explosieve straal van de brandkraan op dezelfde prent? Hoe verschillend fluiten en kirren al die vele vogels van Leo Timmers (die duidelijk een voorliefde voor die gevederde vriendjes heeft)? Wat roept een vis- en wat een kaasverkoper? Hoe klinkt de echte trein en hoe het speelgoedtreintje van Konijn op de laatste prent?

Differentiatiemogelijkheid

Bij jongere kleuters of minder taalsterke kinderen laat je de eerste suggestie – de opdracht met de werkwoorden – weg en ga je meteen aan de slag om de geluiden uit het boek te lichten en na te bootsen.


Ontwikkelingsdoelen:
Kleuter: Nederlands - Spreken 2.13
Kleuter: Nederlands - Taalbeschouwing 5.5